diend heeft, zit pijplurkend in zijn bovenhuisje-nou ja, BOVENHUis-achter de tafel. Ondanks zijn deposito op de Twentsche Bank durft hij nooit echt zijn vleugels uit te slaan. Het mocht weer eens mis gaan. Vandaag of morgen krijg je de Stedelijke Schouwburg niet, je krijgt om een of andere reden geen subsidie meer, dan sta je met je mooie gezicht op straat, dan kan je jezelf opdoeken, of helemaal opnieuw beginnen, dan is nog maar de vraag, of ze komen, of de oude vrienden die in de zaal zitten weer komen opdagen, ze zijn even lusteloos als enthousiast, ze zijn vergeetachtig. Vinden ons in hun leven feitelijk een grote bijzaak, amusement, och, cultuur, als het me nou erg boeit, en je zit rustig, dan wil ik wel eens luisteren, je neemt er wel eens wat van mee.
Hollandse kunstenaars, moppert Eric, of het nou schrijvers zijn, of acteurs, of schilders, of journalisten, ja, ook de jongens van de pers hebben vergeleken met het buitenland een portemonnaie schaal 1:10. Wij hebben een cultuurschaal 1:10. Wij zijn een commercieel volk. Wij steken niet graag geld in zaken, die niet in waarde stijgen als aandelen. De vage wolken van het kunstgenot zijn wat ongrijpbaar...
Behalve de trap is er nog het beddenopmaken, de afwas, godgeklaagd. Waarom heeft toch iedereen de pest aan de afwas? Waarom staan in binnen- en buitenlandse spotbladen eindeloos tekeningen over de misère van de afwas? Vrouwen, die breeduit