DERDE BEDRIJF
(Hetzelfde dekor van het eerste bedrijf. Avond. Beneden brandt de schemerlamp op ’t schrijfbureau. Het raamgordijn is gesloten. Boven bij de vol-brandende lamp, zitten Eef en Mijpel thee te drinken).
EERSTE TOONEEL
M IJ P E L EEF
eef: Nog ’n koppie, meneer Mijpel?
mijpel: (aanteekeningen makend in zijn notitieboek) Een? Twee. eef: Asjeblief.
mijpel: (roerend, proeft) Hoe ken men zich telkens weer vergissen? Proef’k scheef of krom: geen korrel suiker. . . . eef: (lief lachend) Hoe is ’t mogelijk - hoe kan iemand zoo verzot zijn op zoet! Mijn man, zaliger nagedachtenis. . . . mijpel: (zacht-,grinnekend) Ik ben uw man zaliger nagedachtenis niet. . . .
eef: (tot driemaal toe schijn-schepjes in het kopje lepelend) As ’t nou niet an uw verhemelte blijft plakken - hèhèhè! - as ik u nou niet verwen, weet ik niet wat bastaardsuiker is. . . . mijpel: (opnieuw roerend en proevend) Nou, ’n slordige hand het-u niet.
eef: Mijn man - daar hangen z’n pijpen nog - met die eene in z’n hand is-ie gestorven - in die stoel daar - ach ja, allemaal herinneringen! - mijn goeie man het de suikerziekte gekregen zonder dat-ie ooit suiker in z’n thee of z’n koffie kreeg.
mijpel: Da’s knap. Doe ik ’m niet na.... Nah. . . . Zal ’k ’n tienduizend dollar voor je noteeren?. . . . Zoo’n tip heb ’k
79