Jasper: Hij komt terug. . . . En als-ie ’t niet doet, mag ik je alleen gelukwenschen, m’n kind. . . . miep: Vadertje - ik kan je niet alles zeggen! jasper: Dat kun je mij wèl. . . . mij wel, Mieplief. . . . miep: O God, vadertje - ik heb ’m zoo vertrouwd, zoo schrikkelijk vertrouwd. . . .
jasper: Van 5n geheim tusschen vader en kind, hoort nooit iemand wat. . . . Goed zoo. . . . Huil jij maar uit. . . . ’r Zijn al zoo’n boel heele groote, heele dikke waterlanders vergoten - om heele kleine dingen. . . . Huil jij maar uit. ... (hij staat op en schenkt haar een glas water in)
VEERTIENDE TOONEEL
DE VORIGEN MOP
mop: (treedt kleintjes bijEef binnen) Eef, nou kom ik. . . . eef: (grijpt bij de eerste woorden den hamer, om zich een houding te geven) . . . .Wel allemachtigste, ken je niet kloppen! (slaat driftig een spijker in den grond), . . . Wat mot je? .... ’k Ben bezig!
mop: Ik wou. . . .
eef: (slaat zich op den vinger, schreeuwt het uit) . . . .Gotogot, ik sla me vinger stuk!. . . . Dat komt van je smerige manier om binnen te sluipen!. . . . Gotogot, ik val flauw van de pijn!. . . . O!. . . . O!. . . . Eerst me been, dan me duim!. . . . Vermoord wor 5k hier!. . . . (grient), . . . O!. . . . O!. . . . 5k Raak van me stokkie! O! O!. . . .
mop: (heeft gelijktijdig met Jasper benee ’/z glas water ingeschonken) Drink dan is. . . .
jasper: Hier, m’n kind. . . . (Boven en benee wordt gedronken)
DOEK
EINDE VAN HET TWEEDE BEDRIJF
78