Noot bij bladzijde 41. Op verzoek der destijds littéraire politie (verg. onderstaande correspondentie, die aan den eersten druk van Ghetto toegevoegd werd) werd het gezegde „Ons heele volk is ontaard” geschrapt. Bij latere voorstellingen is het natuurlijk toch weer gezegd.
Noot bij bladzijde 76. Van hetzelfde laken ’n pak.
Aigemeene noot: De verklaring van het joodsch bargoensch is voor den christelijken lezer achterwege gebleven, opdat deze, in wenschelijke verbroedering, zijnen joodschen buurman om advies en voorlichting vrage. Renegaten zullen er niet door komen.
De correspondentie van 1899 luidt:
Amsterdam, 4 januari 1899.
Den WelEd. Heer
Herm. Heijermans Jr.
Alhier.
Geachte Heer!
Ik ontving van den heer Franken, hoofdcommissaris van politie, een uitnoodiging om naar aanleiding der Ghetto-opvoeringen even bij hem te komen.
Aan dat verzoek voldeed ik heden.
De heer Franken wenschte in Uw stuk te doen wijzigen de gezegden van Rafaël op blz 41 en 76. Ik wees hem er op, dat in geen der vijf voorstellingen, die plaats gehad hebben, deze gezegden tot eenige rustverstoring, zelfs niet tot gefluit aanleiding gegeven hebben en dat trouwens elke voorstelling een stijgend
117