succes had. De heer Franken bleef evenwel in overweging geven, deze gezegden te verzachten of achterwege te laten, daar bij eventueel voorkomende wanordelijkheden de voorstelling onherroepelijk verboden zou worden.
Wilt U mij even omgaand mededeelen of U de ge-wenschte wijzigingen wilt aanbrengen ?
Na beleefde groeten
Hoogachtend,
n. d. N. T. V.:
Uw dr.,
A. v. D. HORST.
Amsterdam, 4 Januari 1899.
Den WelEd. Heer
A. v. d. Horst,
President-Directeur der „Nederlandsche T ooneelvereeniging”,
Alhier.
Geachte Heer!
Het doet mij genoegen dat de heer Franken, hoofdcommissaris van politie, wiens critische bekwaamheden op letterkundig terrein ik volkomen erken, zulke bescheiden wijzigingen verlangt. Ik ben het met U eens dat geen der drie gezegden eenig protest, laat staan
118