Onuitsprekelijk gelukkig, zoo gelukkig dat !k ....
(tot Esther die in de deuropening komt) Wil u
vader roepen — we wouen....
ELFDE TOONEEL.
Rafaël. Rose. Sachel. Esther.
Esther. Sachel!____
Sachel. Wat is ’r?
Rafaël. De keus is gedaan — we gaan....
Sachel. Dus toch? Toch! (tot Rafaël die zijn hand wil
nemen) Raak me niet an! Vloek, vloek vloek
over jou en haar!
Rafaël. Over ons zéker — niet over ons kind....
Sachel .... Over je kind, je kinderen, je kleinkinderen....
Rafaël (rustig).... Nee — de toekomst laat zich niet vloeken (wil nog eens de hand van Sachel grijpen — deze heft dreigend de vuist, wankelt het huis in. Rafaël volgt Rose, die reeds tot de poort is geweken.)
Esther (die ze nagestaard heeft) Og! ’k Hoef’m
111