Rafaël Dat heb je gedacht — gedacht — ik heb
’t gevoeld — ik voel sterker dan jij....
Rose. Niewaar! Niewaar! Ik dacht niet — dacht niet.....
Rafaël. Als ’k even later — even later was gekomen, zou je bij mijn hoofd hebben gezworen. — Wat kunnen wij — wij — wij in de toekomst aan mekaar hebben ?
Rose. Durf je — durf jij dat vragen — waar ’k je vanmorgen van ons kind sprak?
Rafaël (wijkt schrikkend terug) Ons kind____
(wringt smartelijk de handen).... Ons kind....
(een langere stilte) Stak jij daarstraks je vingers
niet op, om ook dat te versjaggeren?
Rose (van de bank glijdend, zijn knieën omvattend). Als je ’t uit maakt — versta je — drijf je me ’t water in ... (zoent z’n handen).... Toe, toe nou jongen — ’t was toch alles om bij jou, bij jou te blijven — voor jou zou ’k door ’t vuur gaan... voor jou èn voor ’t geheim dat ’k je vertelde, ’t geheim van m’n zwangerschap____
Rafaël (haar hoofd met beide handen opheffend en
haar zoo toepratend) Als je wist wat je door
je aarzeling, je nieuwe aarzeling ondersteboven gesmeten heb.... Nee, verdedig je niet — ik doe geen verdere verwijten Zeg me alleen, zonder eed
109