(hij antwoordt niet) Rafaël (hij zwijgt).....
Heb ’k zoo verkeerd gedaan? Had je ’m dan liever alleen gelaten — ’n blinde____
Rafaël (haalt de schouders op). Weet ’t niet____
Rose. Hij was zoo vreeselijk wanhopig! Ik dee ’t voor jou. ’n Man die niet ziet....
Rafaël (zacht). Zie jij wel?
Rose (verbaasd).... Of ik niet zie ?
Rafaël (het kruisje uit zijn zak nemend).... Nee. Zoo min als hij. Neem — je talisman terug____
Rose (het niet aannemend — angstig), je praat zoo vreemd — je maakt me bang ... .Wat ’k beloven wou — was enkel, alleen voor de vrede.....
Rafaël. Voor dié vrede is 't nog te vroeg — en te vroeg is ’t voor ons....
Rose. Te vroeg voor ons?
Rafaël (smartelijk). Te vroeg. Te vroeg. Kom dichterbij — dichter — ’k ben ongevaarlijk (dwingt haar naast zich op de bank).... Vanmorgen, terwijl ’k je aarzelingen wegredeneerde — bedotte ’k mezelf
— èn jou — dacht ’k, dat wij — ik, jood-van-ras
— jij, christin — als twee vrije vogels weg zouen vliegen — geen koningsarenden: muschen,muschen...
106