Sachel (niet begrijpend) De naaktheid van me
schoondochter?... Begrijp je niet... Dacht dat jij, jij in de eerste plaats met ’n schikking, die mijn ’n offer is — tevrejen zou wezen....
•
Rose (schuw)... Hij was zoo diep, zoo diep-onge-lukkig, da’k beloofde____
Sachel Dat ze beloofde — wat, wat, wat draai je
d’r om heen as-ie ’t weet! — dat ze’n eed wil doen van óns te worden... jodin.
Rafaël {glimlachend)... Jodin! Jij jodin! En ik — ik, die geen jood meer ben! (tot Rose). Heb ’k je dat niet vanmorgen voor de zooveelste maal gezeid, toen ’k de zilveren galg van je hals nam? (tot Sachel). Hebben wij om datzelfde — nog vanmiddag
— toen de Rebbe op bezoek was — niet als vijanden, als vreemden tegenover mekaar gestaan? Wist jij dat niet, vader? — (tot Rose)... En wist jij dat niet? Ben jij nog blinder dan hij? Ben jij anders dan Rebecca?... Rebecca, ’r lichaam, ’r bruidschat
— jij alles tegeef! (heftig). Ben ik zoo begeerlijk — ik warhoofd, wetsovertreder — ik, zoon die gesteenigd most worden! — dat twee vrouwen op één
dag Ja, ze wéént, vader — ze weent, hahaha!
Jij ben de sterkste! Sterker dan ik! Wat kun je nou nóg? — Eerst heb je me als jongen ongelukkig gemaakt — met ’n beweging van je voet
— nou met ’t tasten van je hand naar haar meinee-dige vingers----
104