Rose. Dat beloof ’k, Sachel.
Sachel. Je belooft.... Beloven is niet genoeg____
Steek ’r je vingers bij op, zoodat ’k ’t vóél — en zweer.... Nee, zweer niet — ’k weet niet bij wie, bij wat jij zweert — onze God is jullie God niet — de onze mot jij nog leeren kennen — zweer bij ’t hoofd van me zoon Doe daar ’n eed op....
NEGENDE TOONEEL.
Sachel. Rose. Rafael.
Rafael. ’n Eed zónder getuigen Is dat vertrouwd,
vader ? (tot Rose).... Ga door, ga door!
Ga verder....
Rose. (angstig).... Ik wou ....
Rafael. (heftig).... Jij wou?.... Verder! Verder! Nog maar ’n paar woorden had je te zeggen — verder ! Ben ik de spelbreker ? Ik ? ....
Sachel. (onrustig) As je hier was, dan heb je gehoord ....
Rafael. (heftig) Dan heb ’k te veel gehoord!
(op de poort toegaand, keert terug — glimlacht
moeilijk, bedwongen) Staat ’r niet in Leviticus
— vader, dat je de naaktheid van je schoondochter niet mag ontdekken....
103