Voor afschrift: mozes gluip, Procureur,
Leges ƒ 3,10 ƒ 7>io
Min. Exp. Verschot ƒ 4,-
In den jare 1800 vier-en-negentig, den eën-en-dertigsten Maart; Ten verzoeke van Isaac Davidson, ten deze buiten beroep handelende, wonende te Amsterdam aan de Jodenbreestraat no... doch voor deze zaak domicilie kiezende ten kantore van den procureur Mr. M. Gluip aan de Hee-rengracht no... te Amsterdam en krachtens een door den EdelAchtba-ren Heer President van de Arrondissements Rechtbank te Amsterdam, den vijf-en-twintigsten Maart 1800 vier-en-negentig verleend verlof, zijnde geregistreerd: Heb ik Pieter Willem Penning, eerste deurwaarder bij de Arrondissements Rechtbank te Amsterdam, aldaar wonende en kantoor houdende aan de Vijzelstraat no...
BETEEKEND
en met het tegenwoordig exploit afschrift overgeleverd aan Georgine Casper, wonende rechtens te Amsterdam ten huize van den Eischer, doch feitelijk thans verblijf houdende aan de Ruysdaelkade no... ten huize van de Weduwe Perron te Amsterdam, aldaar ter harer verblijfplaatse mijn exploit doende aan en sprekende met H.Ed. in persoon, van: ie. een door den Eischer aan de Arrondissements Rechtbank te Amsterdam, den achttienden Maart vier-en-negentig, ingediend verzoekschrift, houdende verzoek om verlof tot het instellen tegen de Gedaagdes eener rechtsvordering tot echtscheiding op grond van overspel door de Gedaagdes gepleegd, alsmede 2e. van een proces-verbaal van het daarop dienzelfden dag door den EdelAchtbaren Heer President van gemelde Rechtbank gehouden verhoor van den Eischer en het daarop gevolgde bevel tot oproeping van de Gedaagdes ter verschijning voor ZEAcht-bare op Woensdag den vijf-en-twintigsten Maart 1800 vier-en-negentig, behoorlijk geregistreerd; 3 e. van eene verklaring van den EdelAchtbaren Heer Griffier bij welgemelde Rechtbank dd. twintig Maart 1800 vier-en-negentig, insgelijks geregistreerd en eindelijk 4e. van een proces-verbaal van comparitie van den Eischer voor den EdelAchtbaren Heer President der Rechtbank voornoemd van Woensdag den vijf-en-twintig-sten Maart jongstleden, houdende verlof tot het instellen eener rechtsvordering door Eischer tegen Gedaagdes, ter bekoming van echtscheiding, strekkende deze beteekening opdat de Gedaagdes er kennis van drage.
376