Georgine: cNee, je kan nou niet binnekomme... Het is zó vies... strakkiés.5 Amêlie: cIk zal niet rondkijke.’
Leentje Plas: ‘Goddome wat sta jij de mense toch te belazere! Ze heeft nog niks anders gedaan dan kwaad van je spreke, Sorsien! Ik kan dat gemier goddome niet ankijke!5 Georgine: ‘Wdt voor kwaad ?5 Amêlie: ‘Ach, dat liegt ze.5
Leentje Plas: cIk geef je zó een slag in je smoel als je het wéér zegt, gepoeierd schijthuis!... Ik zal je strakkiés wel alles vertelle Sorsien... Is me dat een flapdrol van een meid! Jij ben me een sekreet hoor! Jassus!5 De deur flapte dicht. Er was even stilte terwijl het water in de kan liep. Dan weer de stemmen:
Amêlie: cMama hoe kan u dat ordinaire schepsel toch in godsnaam ontvangen. Geen wóórd heb ik in je nadeel gezegd, Georgine - geen woord. Georgine: ‘Of er wat meer of wat minder over me gekletst wordt, daar geef ik niet dat om! Laat u wat worst en wat eiere hale, juffrou Perron? Haal u d5r maar zes en een stukkie kaas.
Veuve Perron: cKan je me nog an een daalder hellepe, Georgine ?
Charles: ‘Mama heeft de sleutel van d’r brandkast gisteravond bij Van Laar, nee het was bij Riche, verlore!5
Georgine: cHè wat een mop! Hahaha! Ik zal even een daalder hale. Nee Amélie, ik kan je nou niet hebbe. Strakkiés. Dag !5 Amélie: ‘Dag! De complimenten!5 Georgine: ‘Aan wie?
Amêlie: ‘An... an... nou as je zeker iemand es tegenkomt...5
Ik was opgestaan, keek door de tule gordijnen naar de regenachtige straat, naar de stinkgracht, naar de waskaarsenfabriek. Georgine lei de kachel aan. In melancholieke ziening der dingen, het voorhoofd tegen het gordijn, soesde ik lang. Roetachtig, log, vaal van vormen in de grauwe regenlucht, hijgde de platte fabriek haar traag-bruine walmen. De hoge pijp-schoorsteen braakte rokerige kwallen; uit een zijpijp met hortende rukken siste de stoomdamp. Over het open veld lagen de glimmende tonnen, zwaar van vetbuiken, op de binnenplaats spatte het water uit klakkende goten. Het overhaalpontje stroef aan de ketting bewoog. Alles was loom-van-triestigheid. Roetbonkingen dwaalden het dak om, tonnen buikten in plassen... Nou had je een man op de plaats... kijk 5m es trappen in het water... - als ie maar héle schoenen heeft - anders natte kousen - natte voeten - z5n buis wordt zwart - kijk 5m nou staan, nou stddn... Wat moet ie? Ja, wat móét ie? Zo nat. Zo nat. Wat
35<*