Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Wat is dat nou, tegen etenstijd!5

‘les mijnheer Spier daar?5 schreeuwde de barbier van beneden.

‘Ja mijnheer!5

Doedelaar kwam het trapje halfweg op. Zijn gezicht bleef in schemerdonker.

‘Die joeffrou die is uitgegaan, mijneer.5 ‘Uit?... Uit?...5

‘Met die twee kiendere... Of u wou komme bij die vriend van u... Hoe heet die mijneer ook weer?... Bij...Bij... Het ies een meneer die zo gróót ies en zo hard altijd praat - zo een met een briel op...5 ‘Bij Dirk van Leeuwen ?5

‘Juist! Juist!... Bij von Leeuwen... Stoem van mij... lek wiest dat het een Löwe was, héhéhé!5

‘Heeft mijn vrouw niks anders gezegd ?5

‘Nee - zij zei alleen maar wij ete van mieddag niet thuis, want die vrouw van die mijneer die moet jarig zijn, niewaar Friets? Heb jij het ook niet gehoord?5

‘Ja, daar had ze een briefie van gekrege.5 ‘O. Danku.5

‘Mot u niet geschore worde ? U ziet er smerig uit.5 ‘Ja da5s goed. Scheer me eventjes vlug en laat Frits wat sigaren voor me gaan halen in de Van Wou. Dan kun je er zelf een opsteken.5 Terwijl Doedelaar me inzeepte, kreeg ik een listig gevoel over me, zoiets wat een joodje moet voeien als hij sluwtjes rotte sinaasappelen voor gave verkoopt. Die vent en zijn vrouw moest ik natuurlijk op mijn hand zien te krijgen. Het was wel liederlijk-vernederend om zo5n individu een dienst te verzoeken - maar voor de kinderen - vóór de kinderen - en maatschappelijk zijn in deze benauwde tijd was nu eenmaal rotte sinaasappelen versjaggeren.

°t Spijt me dat we weg moeten gaan, meneer Doedelaar... Waarom zijn jullie toch zo raar geworden ?5

‘Raar?... Met uw permissie... Wij zijn niet raar geworde... Maar die joeffrou, die joeffrou die het mijn vrouw toch zó affrontiert.5 ‘Ach kóm!5

‘Ja mijnheer... Met die kwestie van die servet en die handdoek... en ein-maal met een pannetje dat mijn vrouw schoon naar boven had gegeven en dat zo schmoetzig naar beneden kwam wie... wie... wie... drek.5 ‘Nou ja. - Nou ja. - Allemaal kinderachtigheden... Je moet het leven niet zo... Apropos... Ik wou u wel een dienst verzoeken... een dienst, waarvoor ik een honderd pop over heb... Niet zo hoog inzepen...5 Als een goddelij


339

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.