verspreide velletjes met mijn wijsheden over vaderliefde las. Even zat ze stil, toen me verwijtend aankijkend zei ze: cAls je van me hield, zou je dat niet geschreve hebbe.5 ‘Niet geschreve hebbe?’
cNee... Want ik verlang, dltijd en altijd, telkens weer, een kind van jóu, van jou - en als jij evenveel van me hield, zou je óók een kind van mij willen hebben... er niet zó over denke.5
Het was de eerste maal dat ze over een kind sprak. Het sloeg me tot dromerig nadenken. Als zij het zó voelde kon het wel juist zijn. Ik voelde het niet. Hoe kwam dat?
‘En je hóüdt ook niet van me,5 vervolgde ze warm, cik droom niet ellek ogenblik voor niks, dat je van me weggaat!5
‘Krijg ik nou ook al uitbranders voor wat jij blieft te dromen ? Droom niét!5 lachte ik.
In de alkoof hoestte het kind, minder-droog, toch met benauwde nakreunen. Ineens zwégen we.
‘Mamma!5 ‘Ja, snoetje!5
De hoest kraakte in het borstje, duurde kort. De zieke was aan het beteren. Koorts was er haast niet.
En ook de volgende dag ging Ka vooruit, teerzwakjes in het bedje, met buien nog van kregeligheid, maar het gevaar leek voorbij en ik was er zeer gelukkig om, gelukkig dat mijn blonde kindje weer druk en vrolijk was en naar m5n malle verhaaltjes luisterde met limpidekinderogen. Er gebeurde alleen nog dit in die dagen, dat ik een slordig geschreven briefje kreeg.
Beste Alf Mijn moeder is gister gestorven, zonder dat ik aan 5t sterfbed was. In haast, scherp.
XX EEN BRIEF. IK RAADPLEEG EEN ADVOCAAT.
DE FAMILIE DOEDELAAR
Wij zaten aan de ontbijttafel, toen Frits een brief binnen bracht. Georgine werd bleek, scheurde het couvert open, las, frommelde het papier samen, viel snikkend, met het hoofd op tafel. Ik nam het propje papier, streek het glad, lis:
Philadelphia. Lieve vrouw en kinderen. Ofschoon ik nog altijd niet op tijd
323