Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Vertel u dan wat.’

‘Roodkappie ?’

‘Nee-éé... altijd Roodkappie!5

‘Goed - wacht maar - Zal ik je es vertelle van het zussie van Piet de Smeerpoets ?... Ja, hè... Ga dan zó legge... Nou. - Nou. - D’r was er es een meissie die heette Netje...5 ‘Nee-éé - niet Netje; Ka!... Ikke!5

‘Goed... die heette Ka en dat meissie dat wou d5r haar niet late knippe en toen wier het zo lang als de héle Kalverstraat en de hele Jan Steen... Enne toen ging ze wandele enne toen sleepte d’r haar over de straat en toen kwam er een diender en die viel en die bleef in d5r haar vastzitte - begrijp je?... en die werd door Ka meegetrokke, al maar meegetrokke en toen kwam er een koekiesbakker die ook wel es drama5s schreef en die viel ook en die kon óók niet loskomme en een slager en meneer Doedelaar en juffrouw Doedelaar met d’r kiespijndoek en juffrouw Stengevis... en die viele allemaal in het haar van Ka en konde er niet meer uitkomme en toen, zei de Koningin - als die wat zeit dan mót het - die zei tegen al de politie: hakke jullie me dat haar es af... enne toen kwam er zo5n grote kip met een schaar en die zei knip, knip... Enne toen viel al 5t haar op de grond en toen moeste d5r drieduizend mense twee maande lang werke, tegen vijftig cent per dag, om al het haar op te ruime... en meneer Doedelaar die kocht het allemaal om valse vlechte van te make...5 Ik hield slaperig op, om te zien óf ze sliep, maar ze lag nog klaar wakker: ‘En toen ome?5 - ‘Nou en toen liep Ka zónder haar en toen vatte ze een kou omdat ze zo5n kale knikker had en toen moest ze honderdduizend poeiertjes slikke om weer beter te worde... En nou is het uit...5 ‘Hè jassus, nou al uit!5

‘Nóg eentje?... Op een andere dag - ja wat toen ? - op een andere dag -toen wou - toen wou - ja watte ? - toen wou ze d5r nagels niet late knippe en toen groeiden ze an d’r voete en vingers zó lang-zó lang als de Kalf-jeslaan! Schrikkelijk, hè?... en toen ginge de nagels van d’r voete vastzitte an Naatje-van-de-Dam - en toen zei een andere koningin: Wel potdorie wat is dat nou weer? - En toen zei de burgemeester: da’s van Ka. -Van wélleke Ka, zei de andere koningin die d’r tande liet zien van kwaadheid. - Van Ka met d’r lange hare, zei de burgemeester. Toen kon de koningin niet eten van schrik. Ze liet d’r varkenskluifie en d’r aardap-pele staan zó boos als ze was en toen kwame d’r zes grote oorlogsschepe en die ginge an het schiete... Boem! Boem! Boem!... Maar het hielp niet... Toen kwame d’r zesduizend arbeiders en die ginge hakke, dat de stukke tege de rame vloge, tegen vijfenveertig cente per dag. En die werkten


316

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.