Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Kalmte, Mol...! Je maakt Ka nog méér overstuur... Het zal wel overgaan ... Niet zo opgewonden.5

Het borstje kraakte, de kuch reutelde op van héél diep, als een benauwd stikgeluid, naslepend met snerpende hijgingen. cO mamma!5

‘Ze stikt... God! God! Ze stikt!5

Als een krankzinnige trok ze zich de haren uit het hoofd! Ik had Ka op mijn schoot genomen, hield haar wat voorover, klopte zacht op het rugje. De bui bedaarde. Ka lachte weer. Maar Georgine, óp van die rekkende spanning, óp van moeheid, lag in de voorkamer te snikken. Ik stopte Ka onder het dek, probeerde haar te troosten. Zij weerde me af... ‘La-me maar dood gaan! dóód... God straft me!... Me Kaatje, me Kaatje! O God! o God!... Als dlles verrekte!... als ik honger most lijde... als ik geen droog brood te eten had!... Alles goed! dllesL. Maar me Kaatje!... Me engel van een Kaatje... Waar ik zo alles van hou... méér dan van het andere kind al is het slecht van me!... Praat er niet tegen in!... Wat hellept prate!... Je ziet wel dat ik haar verlieze zal!... Verlieze! Verlieze! En het is me straf... me strdf... de straf van God!... Ben ik geen overspelige vrouw?... Is het niet geméén wat ik doe ?... Kijke ze me niet allemaal met verachting an ?... Ben ik geen mintenee geworde, geen hoer!... O God!... La-me toch üit-stappe!... La-me toch doodgaan!!... Ik weet wel dat ik slecht ben, slécht, gemeen-slécht...datiknietwaardbenomkinderetehebbe!... O! O! 0!0!5 Haar hartstochtelijke smart gaf mij tranen in de ogen, sloeg me met een verwondering, alsof er iets kil-vreemds langs me ging. Zachtjes redeneerde ik.

‘Ik heb je laatst al gezegd, Georgine...5

‘...Rédénéér nou niet! Toe, kléts niet! Je maakt me krankzinnig! Je maakt me gék.5

Ik keek haar alleen maar aan en plots sloeg ze de armen om mijn hals: ‘O God, Alf-je mot niet dénke over wat ik zeg-ik ben zo ellendig... zo kapot... God straft me zo zwaar, zo schrikkelijk in me kind!5 ‘Grote, gróte meid!... Als je je god dan met gewéld wil voorstellen als een boeman...5

‘Toe! Toe!5, smeekte ze driftig, ‘spreek geen kwaad van Gód!... Ik smeek het je! Nóu niet!... Nóu niet!... Ach toe, hou je mond... Verzoek hem niet!5

‘Kom wor kalm, Mol... Wié spreekt er van godlastering? Ik wil het je zeggen, nóg eens zeggen, nóg eens - dat er geen god is, die mensen straft omdat ze van elkaar houen... Pijnig jezelf toch niet... Verneder God niet tot een stompzinnige ploert - God is geen ouwe orthodoxe dominee,


314

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.