Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



VII

Weer gaat een scbipü! met honderden soldaten

weer gaat het schip met mannen in volle kracht, om in verre tropen te gaan strijden.

Ze staan geschaard en uiten geen enkele klacht Nu gaan ze vechten, nood en ellende lijden Nu gaan ze vechten verwijderd van ons En de ouders moeten hun zoons verliezen En yt moederhart breekt bij het laten van het kind.

Hoe menig man gaf niet zijn leven,

verkocht zijn lichaam voor des bandgelds bloedogen prijs

om dat zijn arme ouders dan te geven.

VIII

*t Is laat in de nacht

Men snelt huiswaarts benen

Sneeuw vlokjes dwarlend in de lugt,

de kou bevangt een elkeen,

een snerpende vorst. En toch een droef gezucht

stil smart gekerm, gesmoorde tranen sprangen

twee kindertjes bedolven onder sneeuw bevangen door de kou

trachtend van elk een gave te erlangen

Een kleine aalmoes kermt de vrouw.

Gij arme vrouw gij zijt wel te beklagen yk voel de smart die het uw lijden doet om zoo voor uwe kinderen brood te vragen.

Ik lijd met u, o ween! O, tranen doen zoo goed.

Dinsdagavond.

IX

Ook ik was kind, ook ik bad kinderen-illusie,

Ook ik bad graag yt moois dat 1k bij and’re kind’ren zag.

Doch niet lang mocht ik kinder-denken houden.

*k IVas groot en slank, verdiende vroeg reeds geld.

306

1

t Brood verdiende ik met mijn arme ouders>

Die in den vreemden zochten bun bestaan.

Geen thuis, geen school was mij ooit toe gewezen Als paria in woestheid opgebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.