Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Ach nee kind, wat heb je er mee nodig!’

Ze wóu mee en er moest héél wat geredeneerd worden, voor het haar uit het hoofd gepraat was. Ik moest beloven voor twaalf uur thuis te zijn. ‘Da’s óók een mislukt karetje,’ meende schoonmama - Kloos opnemend... Een dik uur zochten we de stad af. Meijer was nergens te vinden, bij Mast niet, in de guelle niet, De groote Slok niet, bij Suisse niet. - ‘Late we naar Duif gaan,’ zei Dirk, ‘je zult hem vanavond nérgens vinde. Voorstelling heeft ie niet. Gód weet waar die met z’n getrouwde vrouw uithangt.’ - ‘Nee. We móéte hem hebbe.’ - ‘We moete!... We moete!... Me geduld is op.’ - ‘Hij zal wel érgens zitte.’ - ‘Het is over elve.’ - ‘Weet je niet waar die getrouwde vrouw woont?’ - ‘Die is ook goed van je, zég, nee dié is verdomd goed!... Bel jij maar es an en vraag om ménéér te spreke!’ lachte Dirk. - ‘Ik geneer me er niks voor.’ - ‘Onzin.’ - ‘Zulle we nog es kijke bij Kras?’ - ‘Daar komt ie nóóit.’ - ‘Een geringe moeite... Is die daar niet, dan gaan we naar Duif.’

Vóór was hij niet. Achter, zoekend, tafeltje na tafeltje, zagen we hem zitten, gelukkig - in gezelschap van de ouwe dame, die hem ‘mentineer-de’ zoals Duif het noemde en van de man dezer dame als facheuxtroisième. Dirk riep hem even weg van zijn halve gebraden eendebout. Hij schrikte. Zijn mond werd spits-klein in het geverfd gelaat.

‘Wat zeg je! Wat zag je! Ik ga dadelijk mee. - Ik zal me even excusere...’ Met zijn servet veegde hij het eendeboutenvet van zijn mond, praatte radjes met de dame, wier ouwelijk-sentimenteel gezicht spijtig vertrok. Zij wees met een glimlach van zou-je-niet-eerst-af-eten ? naarde halve eendebout. De meneer spreidde zijn handen in vragend gevouw, maar Meijer schudde driftigjes het hoofd, wees op ons, boog een paar maal, trok zijn pels aan.

‘Wel godverdomme Dirrek, is het zó erg ?’

‘Bar errig.’

‘En nou woue die mense me nog niet eens late gaan - Zij, die dame, was jarig. - Ik had geen lust de reden te zeggen - begrijp je? Begrijp je? Dat geeft allemaal nutteloos gedonderjaag... Is het zo érrig?... Het zal wel overdrijving zijn, hè ?... Ik zou om de dood niet wille dat mijn kind...’

Bij het ‘mijn’ schoot zijn stem met lichte pathos de hoogte in.

Het toneel liet hem niet los.

‘De dokter heeft haar opgegeve.’

‘Wélke dokter?’ vroeg hij gejaagd.

‘Smid.’

‘Smid?... Opgegeve? Wat zegje me daar?... Ben je goddome gék! Opgegeve?... mijn éngel van een kind!... Voor veertien dagen zag ik haar nog

291

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.