Hartzeer... Je ben niet gelukkig... Klaveren tien5... - ‘...O got,5 zuchtte Georgine. - ‘Klaveren negen... En de schoppenboer die dékt je.5 - ‘O Jezis w&t een ongelukskaart! Wat een ongelukskaart!5 - ‘Wat is er dan érgs an vroeg ik lachend. - ‘Lach nou niet... Klaveren tien, klaveren negen en schoppenboer da5s het gróótste ongeluk... Daar heb ik hartklopping van gekrege!5 - ‘Nou-nou-nou...5 - ‘Is het niet waar, Cornet ?5 - ‘Ja, het is een lélijke kaart... Zal ik u ook es even legge, meneer...5 - ‘Wel ja, leg u mij ook es,5 zei ik, gezellig aanschuivend. - ‘Je moet hem uitkruise...5 - ‘Nou geduld... Rui tenheer dat bent u... Ook geen mooie kaart... De schoppen tien met de schoppen negen... Zie je, Georgien ?5 - ‘Wa5s dat?5 informeer ik, lachend met overheersend gevoel van meerderheid. - ‘Da5s een schrik op de late avond.5 - ‘Nou, da5s zo érg niet.5 - ‘U leg van Georgien gescheiden door een zwarte vrouw, door een weduwvrouwT an wie u véél denkt, zie je, Georgien ?5 ‘Waar ligt Georgine,5 glimlach ik. - ‘Daar, hartenvrouw.5 - ‘Zo zo.5 - Juffrouw Cornet volgt met een rouwende vinger de kaarten, legt verder uit: ‘Binnekort op een avond krijg u groot nieuws en veel fortuin - zie je de ruiteboer ? - Er komt een dooie onder uw familie of bloedverwante... Rondom de boom van uw leve komme zware muizeneste... U krijgt een kind van het vrouwelijk geslacht, waarover u in familie bij drank ruzie krijgt... U gaat gauw op reis. - Zie je klaverenaas, Georgien ? - en uw huis ligt gekeerd. - Da5s harteaas...5 -‘Got wat-e-rare-kaart,5 meent Georgine, ‘daar is schoppeaas ook - dan gaat ie met de zwarte weduwvrouw naar bed, niet ?’ - Haar gespannen kindergezicht kijkt bedenkelijk van de kaarten naar mij. - ‘Ruite tien dekt hem.5 - ‘Ruite tien ?5 - ‘Geld,5 zegt juffrouw Cornet. - ‘Géld,5 zegt Georgine. - ‘Géld,5 zeg ik. - En we lachen alle drie. - ‘Zo - ruim ze nou maar gauw op, juffrouw Cornet, anders krijg ik met me vrouw nog ruzie over de zwarte weduwvrouw.5 -‘Nou maar érg kosjer is zo5n kaart niet,5 schudt Cornet. - ‘Dat wil die nou niet gelove, als ik 5t hem zeg,5 zegt Georgine, ‘en hoe was het nou bij je thuis ?5 - Ik vertel en Georgine doet ook haar verhaal. Die Leentje Staas was éngelachtig lief geweest. En wat een nette man. - ‘Ja een lobbes,5 bevestigt Cornet. - ‘Die is dan toch maar goed op d5r bene terecht gekomme,5 peinst Georgine, ‘ik zie 5r nog in de Vic - als ze een stukkie schmink kwam lene - of als ze op appelbolle trakteerde... Herinner je je nog wel Cornet?5 - ‘Nou - óf ik,5 zegt Cornet, vochtig van herinneringsogen, ‘toen was Michel er ook nog.5 -‘Ach got ja - die goeie Michel5... ‘En Chris... Weet jij nog van Chris?5 -‘Was dat die lange ?5 ‘...Juist. Juist... die is hier voor een jaar gestorreve.5 -‘Got, is die lange Chris dood?5 - ‘Ja ja. - Leentje Staas getrouwd en jij getrouwd.5 - ‘Nóu... getrouwd...5 aarzelt Georgine. - ‘Dubbel getrouwd
279