nog een pootje. Neem dan wat wit. Wit is héél verteerbaar op de nacht.’
- ‘Nee, dank u oom.5 - Er kwam een ogenblik van doezels til te. De vorken beklikten de borden. Het roderig licht speelde met kristallen glazen, met blanke zilverlijven van vorken en lepels, sneeuwde op het plooiwit der servetten, op de stijfselhardheid der herenboorden. Er was onaangenaams in die evene stilte, alsof iets dof-kils door de warme kamer waarde. De afmatting van die-héle-avond-bij-elkaar in opgewekte familie-toon begon zich te wreken.
‘Daar gaat een dominee, een pastoor en een rabbi voorbij,5 zei Busse, uit de toon. - ‘Ja, hoe vreemd als het zo ineens stil is,5 beweerde juffrouw Henriëtte Rons, ‘dat breekt de gezelligheid eer je het weet.5 - cDat komt omdat jullie niet drinke,5 zei vader, ‘schenk jij nog es in, Alfred - je kunt ze drinke... als ik zeg dat je ze drinke kunt, dan kun je ze drinke... Wanneer is ze in huis gekomme, Marie ? was dat niet in 570 ?5 - ‘Zowat om en om de Frans-Duitse oorlog,5 bevestigde moeder. - Juffrouw Henriëtte Rons nam nog wat eendeboutenwit. Ze was lang, mager, een vrouw van een jaar of vijfendertig, ouwelijk, met een jongemeisjes-vlecht. De vlecht gaf de eeuwige jeugd aan. Busse trok een fles open, wat Tilly een zenuwachtig gilletje deed geven. ‘Wat ben jij schrikachtig,5 zei ik. - cIk kan het niet hóre.5 - ‘Goed dat je hier het schieten niet zo horen kunt,5 zei Jules, cdan zou je anders spreke.5 Coba drukte op het schelknopje. Da en Antje kwamen afruimen, Da met een messenmand, Antje met een bordenbak. Dan werden er schone borden wit met blauwe rand gegeven, kwam er een reuzenstuk kalfsvlees met gehakt gevuld, dat Gerda wou gaan voorsnijden. Maar pa moest het eerst zien en de ouwe, vochtige genoege-lijkheid glansde in zijn ogen, omdat Jeanette en Busse én Henriëtte, protesteerden of in verbazing waren over zó5n prachtig stuk vlees. Antje, broos in haar paars japonnetje, lei nieuwe vorken en messen op de leggers. Da zette rode wijn op tafel. - ‘Waar heeft die Gér het voorsnijen geleerd!5
- cJa, dat doet ze héél goed. Me man snijdt altijd het gevogelte. Maar me dochter Gerda, die snijdt het vlees. Me man snijdt het te dik.5 - ‘Een mooie borst...5 - cO onze slager heeft zulk mooi vlees.5 - ‘Dat vin ik nou zo5n préttig gezicht,5 zei Busse, ‘om naar kalfsvlees te kijken dat voorge-snejen wordt.5 - cHé, wat een uitval!5 - ‘Nou, tóch waar. Zulke brede, witte repen vin ik gezellig... Het snijen is haast gezelliger als het eten.5
- Het gesprek snikte vervelend op dat onderwerp voort. ‘Nou ik éét het liever,5 zei Jeanette. - ‘Ik zeg ook niet, dat ik niet graag éét, maar het snijen mag ik graag zien.5 - ‘Weet je wel, Marie,5 - zei tante met iets stem-migs-berustend, ‘hoe Herman5 - dat was haar overleden man - ‘voorsneed...5 - ‘Ja, die snee prachtig voor,5 zei vader, ‘die maakte van het
270