was slécht voor me...5 - cDat heeft niks te maken, kind, met wat ik zei... Jij hield niet meer van die ander... Jij bent ruiterlijk met mij gaan samenwonen en je hebt hem geschreven hóé en wat, niewaar?... Hém bedrieg jij dus niet... En nou móét hij zich schikken, méwaar?... D’r helpt geen moedertje lief an.5 - cEn als ie nou es hier kwam en jóu vermoordde?5 -begon Dirk, afgeleid, mee te redeneren. - ‘Dan zou ik me verdedigen of de politie erbij halen. Want jé enige huwelijk is toch maar dat van twee vrije willen...5 - ‘Goed en wel,5 redeneerde Dirk, ‘maar als Georgine jóu morgen de bons geeft? Redeneer jij de natuur weg?5 - ‘Stel je es voor, mijn Alf,5 zei Georgine, haar armen om mij heen slaand. - ‘Ja-jóuw Alf.5-Wat dan? Dan vin jij het goed, hé? en dan beredeneer jij de nieuwe rechten van de nieuwe man? Onzin! Klets!5-‘Ik hoop dat het me niet zal gebeuren, Dirk. Maar als zij zich niet gelukkig bij me voelt of op een ander verliefd raakt, dan is ze volkomen vrij - als ze het maar éérlijk zegt. Wie heeft een <recht> om een ander vast te houwen. En als je wil, hoe kun je ? Wat hebben de kracht en de ploertigheid van een man bereikt tot op vandaag? Zeg nou es zelf!... Niks. Geen bliksem. Je hart en je ziel zijn geen gedresseerde juffershondjes, geen voorbijgangers an wie te kommandere valt <Rechts houen>, geen lastige vlooien die je maar te knappen hebt...5-‘Nétjes, nétjes,5 vermaande Georgine. -‘Nou ja!... Of ze willen of niet, de pastoors, de dominees, heel christelijk-fatsoenlijk Holland: liefde is een ding van vrije wil - al bestaat er nou geen <vrije> wil door maatschappelijke omstandigheden.5 ‘En toch lül jij!5 zei Dirk bot, ‘jij voelt net zo goed als ik, dat er ogenblikken in je leven zijn, dat je niet vraagt, niet dénkt, alleen lust hebt een warme strot tussen je handen te knijpen.5 - ‘Mogelijk,5 zei ik, ‘maar je zult moeten toestemmen dat óns geredeneer jóu al vast overtuigd heeft dat een geval als dat van Guus, helemaal niet besproken kan worden, dat datzélfde geredeneer je glashelder zegt, dat Guus te vér van je afstaat om notitie van haar te kunnen nemen.5 - ‘Ja en weet je wat jij bent,5 viel Georgine uit, ‘jij bent een man die ik niet vertrouw! Jij heb achterdeurtjes voor alles.5 - Zij was echt-vrouwelijk gepikeerd over mijn beschouwingen, begon de trouwheid van man en vrouw te bepleiten, dat het een schande was als ze elkaar bedrogen en nóg gemener als je zo maar op een goeie dag van elkaar genoeg kon krijgen. Waar was het begin en het end? En hoe gemakkelijk dat voor de mannen zijn zou! Die konden dan wel elke dag een andere vrouw nemen, hé ? Zo zou je één groot bordeel krijgen, niewaar? Nee, als ze van elkander hielden, zoals zij van mij bijvoorbeeld, dan moest er straf op staan als de man wegliep. Dan had ie maar niks moeten beginnen. Ze wond zich op. Wat een onzinnige redenering. Als ik haar
259