Netje, onbedorven kindje, sliep met Ka in de bedstee naast onze keuken. Dié waren vriendinnen geworden, redeneerden elkander 5s avonds in slaap. Soms stonden Georgine en ik te luisteren:
Ka: Wat heb jij een kouwe voete.
Netje: Jij trek ook al het dek af.
Ka: Niewaar. Ik leg vanachter bloot. Is het zo goed?
Netje: Nou leg ik heerlijk. Wat hebben jullie vanmiddag gegete dat het zo róók?
Ka: Soep... Soep met balletjes., enne toen vlees met...metté boontjes enne aarpele... enne toen gries met alebessesaus... Enne watte hebbe jullie gegete?
Netje: Moe het wat lekker gekookt.
Ka: En je moe het niet eens een fornuis!
Netje: Kan je dan niet koke op een stel, kind? Wij hebbe véél lékkerder gegete dan jullie... Je mot niet denke dat jullie alleen lekker ete, schaap!... Eerst soep... ieder drie borde... enne toen óók vlees met blomkool en tuinboontjes en aarpele... enne toen nóg es vlees met... mette andijvie en aarpele... enne toen zo’n grote taart met confituur as je wel es in de winkels ziet... enne wijn... Lekker, hé?... Enne morrege ete we wéér zo... Enne overmorge weer... Da’s écht waar...
Ka - ongelovig. - Wijn óók ? Drinke jullie wijn ?
Netje: Elleke dag. - Zoveel as ik wil... Jij met je bluf, kind, van je sóép! Ka: Nou maar wij gaan óók wijn drinke. Me ome is wat rijk.
Netje: Mijn pa is véél rijker. Die het kippe en een haan en we hebbe een hond die kindertjes mot krijge en wij hebbe een winkel en jullie niet... Ka: Enne wij wone lekker boven en jullie lekker benéje...
Netje: En wij hebbe een tuin, waar jij niet in mag.
Ka: Ik zou niet wille in jóuw vieze tuin.
Netje: Dat zeggie omdat je niet mag.
Ka: Ik krijg elleke morrege lekkers in me trommeltje en jij niet.
Netje: Poe! Jou lekkers lus ik niet eens. - Nou ik mot óók dek hebbe!
Ka: Gut, kind, ik wil niet eens dek. Ik wil bloot legge.
Netje: Weet je wat ik in me hand heb ?
Ka: Kan me niks schele.
Netje: Ik heb een balletje van moe gekrege.
Ka: Je kan wel zoveel zegge.
Netje: Kijk maar! Nou? Nou?
Ka: Krijg ik een stukkie ?
Netje: Jij heb mijn vanmorrege maar zo’n pietsie van je appel gegeve.
Ka: Nou-ou. Die was ook zo klein. Gister heb ie sjokola van me gehad.
252