tuintje, speelden de kinderen. 5s Nachts was alles subliem van onverbroken stilte, leek het kamertje een feesthal met de rust van een blankliggend meer, openden zich onze twee levens, zacht en eerlijk, wat overdag niet mógelijk was. Telkens wéér, in die mooi serene nachtsfeer, vónd ik haar hart kinderlijk-onbedorven als een kelk die onder modder en vuil pure lotoswitheid behouden heeft. En nooit - het was wonderlijk-treffend - was in die nachtstilte iets in haar stem, iets in haar ogen, dat aan onoprechtheid deed denken, waartoe haar de mensen overdag dwongen.
Op een dag had een juffrouw me verzen gezonden ‘ter beoordeling5. Dat gaf aanleiding tot het volgende gesprek:
‘Wat heb je die juffrouw geantwoord ?5 ‘Welke juffrouw ?5
‘Nou, dat nuffie datje verzen heeft gezonden.5 ‘Dat het naar niks leek... Dat er niet één mooie regel...5 ‘Nou ja!5 ‘Wat, nou ja?5
‘Je zult haar wel geschreven hebbe, dat je ze erg mooi vond en dat ze maar es bij je moest kome...5 ‘Nee, mal kind...5
‘O, ik ben zo ongelukkig als je zulke brieven ontvangt, Alf.5 ‘Waarom dan toch ?5
‘Ik weet wel dat het dwaas van me is, maar ik wil je helemaal van mij, helemaal. Niet één haartje van jou gun ik anderen. Op alles ben ik jaloers. Je kunt het zo gek niet verzinne. Ben je daar kwadd om ?5 ‘Nee - mijn lieve snoet.5 ‘Heb je d5r héüs niks anders geschreve?5 ‘Niks.5
‘Je moet me es een boek met móóie verzen geve...5 ‘Jij verze?5
‘Ik hou er wel niet van - maar ik wil lere alles mooi te vinde wat jij mooi vindt.5
Ik zoende haar.
‘Want je vindt me dom, niet ?5 ‘Nee, néé kind. Helemaal niet.5
‘Dat vóél ik toch. Als ik jou zo elke avond zie werken, boeken lezen in talen die ik niet versta, zou ik wel kunnen huile... ik zou zo graag zo geléérd wille worde als de juffrouwe die je verze zende.5 ‘Blijf in Godsnaam zoals je bént,5 schrikte ik. Ik schrikte werkelijk.
‘Als ik geléérd was, zou ik nooit meer bang zijn dat er es een dag kon komen...5
24 6