Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



om-heen. Als ik haast heb en het eten een half uur te laat op tafel komt, kijk ik zuur, zeult het onvriendelijk gezwijg tegen het behangsel, de gordijnen. Als er vetvlekken zijn op mijn papieren, grolt er een drift in me op. Als ik bitter bij een vrind of in het koffiehuis, kwelt me de ingehouden woede van mijn vrouw. Zo is er duizend en meer, alles kamertjes-pijn - die een lief lezer glimlachen doet, kamertjespijn, die het bourgeois publiek aan hetwelk literatuur door literatuur-joden versjaggerd is - in lief-humoristische trant ingelepeld wordt - kamertjespijn afhankelijk van een gesteven boord, van koud geworden aardappelen, van gebrek aan geld, van zorgen, van een geschonden stel porselein, van gemis aan tabak, van hele schoenen, van kindergeschreeuw, van burengepraat, van stomende lampen, van wintervoeten, van aangebrand vlees, van een omgestoten inktpot. Kamertjespijn en kamertjesdingen. Het grote-feit-loze leven gaat zwaar van kleine adders die de beste uren doden met giftige steek. Kamertjespijn is heen om ons allen, benauwend, kwalachtig, vies droevig. Liefde, haat, woede, hartstocht wentelen rondom de aarde, worden beschreven, ontleed, komen niet toe aan kamertjespijn, aan het kleine leed der dingen, aan het grote leed der kleine mensen, aan de smarten, zorgen, ellenden van kamertjes mensen. En zo ik mijzelf bij schrijven dezer kleine gedachten, terugdwing naar de herinnering van veel kamertjespijn, van veel stroeve uren, voel ik dat vele daarvan mij hindelijker, moeilijker, levenslust-versmórender waren, dan wat anderen in mijn leven feiten zullen noemen. De jaloezie-scènes van Georgine - als ik een vrouw had aangekeken - of een brief van een vrouw had gekregen - en het zeurig, hatelijk, loomhangend drenzen in de kleine kamer, met de lamp bij onze hoofden, met het behang - vergorend in slappe bloemetjes - aan de wanden, met het schel-glimmen der tafelschel, met de portretten op het kastje, de vazen op de schoorsteen, het tafelkleed in rimpels - de zwakdreunende straatgeluiden, maar vooral het drenzen, het langzwijgend mokken, het opgehitst over elkander zitten, als vréémden -zijn mijn ongelukkigste momenten geweest. En zo anderen menen te staan boven deze ware dingen - bedotten zij zichzelf, liegen ze. Zolang de huizen aansteunen tegen elkander in stadsluchten, kamertjes naast kamertjes, straten grauw van cement, en lompe keien heengrijzen en mensen samenhokken in verderfelijke gezelligheidszin - zal kamertjespijn er zijn, zullen sterken én zwakken haar ondergaan. En wie een beeld tracht te geven van eigen of anderer leven, die is altijd ernaast. Want nóg eens, niet de feiten maken dit leven smartelijk, niet de ‘lotgevallen5 of ‘gebeurtenissen5 benauwen het zwaarst maar de kamertjesdingen. De triestige wanhoop van een schrijnend kamerruzietje is gróter dan een

244

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.