‘Waar?’ vroeg Ka, met openspalking der blauwe ogen van wijde zee en tere tintelluchten.
‘Ja, ik héb hem gesproke... In de Kalverstraat kwam ie van een dak glijen...
roesjt!... Met zo’n vaart... en een baard zolang als de hele Jan Steen - dat
zou iets voor je pa zijn, hé Netje, om Sinterklaas te knippen, hè?5
‘Hou toch je mond!5 lachte Georgine gedempt, ‘als die het hóórt!5
‘Hou u nou uw mond mamma!5
‘Enne toen zei die: hoe gaat het met Kaatje Casper.5
‘Kaatje Davidson5, verbeterde Ka.
‘O ja... met Kaatje Davidson-én met Netje Doedelaar... toen zei ik besten toen zei hij: nou da’s maar goed ook, anders nam ik ze mee naar Spanje. En dan zou Willem van Oranje nóg es moeten vechten om ze vrij te maken!... Toen zei hij weer: Eet ze nooit met d5r vingers van d5r bord...5 ‘Nee, dat doe ik niet meer, wel mamma.5 ‘Nee, nóu eet ze netjes.5
‘Enne zet ze altijd voor d5r mamma een stoel klaar, vóór dat ze zelf gaat zitten an tafel.5
‘...Enne of ik 5s avonds niet huil as ik slape ga... enne of ik altijd zeg goeie-middag en goeieavond... enne of ik me voete veeg.5 ‘Juist. Dat vroeg ie allemaal... en toen kwam z5n knechie d5r bij staan. Die riep enkel maar boehoe!... Boehoe!... Boehoe!... En die vroeg zijn er geen stoute kinderen om op te eten? Ik heb zo5n honger!... Ik ben zo flau-auw! Toen zei ik: nee lelijkerd en as je an Kaatje of Netje komt, dan vreet ik jóu op en toen ging die an het lopen!... en toen kwam er een agent en die zei jij mag op de stoepe zo hard niet lope - en toen zei het zwarte knechie: lelijke aip - en toen zei de agent: dan mot jij maar mee naar het buro - en toen zei Sinterklaas: nee dat zal je wel laten, want het is mijn knechie - en toen zei de agent: - Best mijneer. - Nou, dag kinderen, ik ga uit. - Als Sinterklaas komt, moeten jullie niet bang zijn hoor!5 O mijn God welk een limpide, lichtblauw geluk in kinderogen! Waarom verstart niet ons grof-bewegend leven, wanneer wij in dié onmetelijke diepten kijken ? W&t is hemel, aarde, licht, duisternis ? Wair is schoonheid groter dan in luisterende kinderogen ? Hebben wij niet mede de vrouw lief om ddt, de weerschijn, het soms éven limpide, teerblauwe, reine?
Frits, goor loopjongetje hielp mij. Binnen begonnen de kinderen met opgewonden beefstemmetjes te zingen:
Sinterklaas, goedbeiligman!
Trekje beste tabberd an,
233