Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



sterk was ik toen... en knielend terwijl zij sliepen, knielend naast de vuile slijkschoenen en mijn voorhoofd aandrukkend op de grond dee ik een eed dat ik zou leven voor hén, dat ik zou trachten die stumpers wat geluk te geven of zo ik me ziek stootte aan onmacht, dat ik in mijn kring, in mijn heel kleine kring zou leven, zou leven met het bloed uit m5n lichaam, met het licht uit m’n ogen, met de warmte van m5n hart voor het volk - geen begeren voor mezelf zou hebben. Dat lijkt alles mal opgewonden als ik het hier zo vertel, hé? Maar het was een eed voor een leven. - Ik ging hier werken, ik dacht dl tijd aan die zaal van smart daar boven, aan de nieuwe eenzaamheid van wéér andere verschopten - toen ik van haar ging hóüen... wéér bourgeois werd... voor twintig gulden in een uur vrat en chartreuse zoop en met een sigaar van tien stuivers in me pote zat... en haar achterna liep... en zorg had voor de avond om haar te drinken te geven... en me ongelukkig voelde toen we hier zaten over elkaar bij koffie... omdat ik geen centen meer had...5 Nog altijd gloeien zijn ogen, die groter geworden waren, bij het starre kijken naar de lamp. Er was iets heel smartelijks om hem, iets dat door de kamer waarde en de voorwerpen in triestigheid zette.

‘Nou is het voorbij, is zij bij Druif... Kan ik me eigen weg weer gaan... God heb ik gesmeekt als een groot zondaar om vergiffenis... Maar die willoosheid drukt me, hitst me op, maakt me ongelukkig... Als je eenmaal struikelt wor je nooit meer sterk... Niewaar?... Niewaar?... Als ik nou maar eerst helemaal óver m5n verdrietigheid heen ben... niet meer zulke buien heb als straks, zal het wel gaan... maar zo5n bui breekt me, maakt me slap... Zeg eens eerlijk, oprecht... maar volkomen oprecht: gelóóf jij in me?5

‘Ik geloof,5 zei ik eenvoudig, toen ik hem zo zitten zag met de harde trekken in zijn jonge gezicht, ‘...dat jij beter zult leven dan anderen, dat je góéds zult doen, onverschillig hoe. Ik gelóóf in jou.5 ‘Dank je.5

Voor het eerst, sinds maanden, gaven we elkaar een hand van ouwe hartelijkheid.

‘En hoe staat het met je familie ?5

‘Me moeder is ziek.5

‘Is je moeder ziek!5

‘Ze is bedlegerig.5

‘Hoe weet je dat.5

‘Van me zuster Saar. Die was ééns hier.5 ‘Hier?5

‘Ja... toen moest ik Trees in de voorkamer stoppen... Vader is nog altijd

221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.