Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



verhalen waren om an tafel te doen ? Wat een onzin, beweerde Karel; je kan mijn niks zo gek of zo vies opnoemen als ik an tafel zit of ik eet erbij door. Dat wou Dirk wel es zien. En als Karel dan een hap in zijn mond had, zei Dirk: nou mot je je verbeelden dat je kauwt op de grote teen van Duif, die ze in geen tién jaar gewassen heeft. - Wel wat een sloerie! Hij zou zulleke schone tenen hebbe, zegt Duif. Vraag maar an Stien. - Wat Stien bleekjes-blij dee zeggen dat ma elleke week d’r voeten waste. - Nou dan op een rotte paardevijg vol slijm, zei Dirk. - Paardevijg is wit lekker met saus d’r over, zei dan Karel. - As ze niet ophielde met die vieze praatjes, zou Guus van tafel opstaan. - Zulleke vuilike. Ze maakten d’r misselijk. - As ze niet woue hebben dat ze ging spoege... -Of Moos nog niet goed was met z5n ouwe heer? - Nee. - cWat een toéval. Alf - toen ik vandaag met Trees gearmd liep op de Nieuwendijk, kwam ik me neef Tobie tegen, die ook gearmd liep! Wat een lol, hél Je had z’n gezicht motte zien!5 - Wat die Duif toch een lamme bliksem was om met de pitten van de olijven te gooien. Goed om je er later een ongeluk over te vallen. Guus at niet meer. Die had maagkramp. D’r korset moest uit. En een brandewijntje. - cIk begrijp niet wat jij voor last van je korset heb,’ zei Trees, cik heb nummer zesenveertig en niks geen last.’ -Wat of dat nou voor liege was: ze had vijftig - Nou, daar déé ze wat om.

- Wat of Georgine had ? Tweeënvijftig en altijd last. - En wat of Duif had

- Zestig. - Nou als Duif geen vierenzestig had liet Guus zich hangen. De citroenvla ging in een wip op. Er werd mee geknoeid. Duif smeerde Karel in en Karel Duif. Of ze zich nou niet es ééns behoorlijk gedragen konden. En dan op eens een schrik. God, wat scheelt Stien ? Stientje! Stie-ie-ien! Zeker flauw gevallen van de hette. - Gdüw het raam opengooien. -Wel nee, niet van de hette. Ze kon niet tegen eten op de late avond. - Ga jij dan even water halen, Guus! - Ik kan niet met me open lijf door die kouwe gang! Ben jij dan góverdomme te lui om op te rijzen, Duif! - God, wat make jullie een kakkie om niks! Laat er maar stil legge. Ze komt van zelf bij. Het is niks! Ze het 5t wel meer. Da5s van het vreten. Dan het ze te véél gevrete.

Met doodswit gezichtje lag Stientje op de bruine canapé, het mondje halfopen, het ogenwit zwakjes te zien. Duif wreef gele citroenvla op haar koon, stond met een verveeld gezicht bij het hoofdend. Trees klapte in het witte handje. Het kind geleek zo sprekend op het lijkje van een verdronken meisje dat ik eens op een gracht had zien liggen, tussen een hoop nieuwsgierig volk. Karel was de enige die langzaam doorproefde van zijn vla, de enige aan de tafel, die in ruïne van vuile bemosterde borden, halfvolle glazen stond.

184

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.