Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



XIII GEZELLIGE VERJAARSPARTIJ

Een paar dagen later aten we, liever: dineerden we, bij Karel. Runderlapjes, gestoofde rooie kool, blommige aardappelen, rijst met kaneel. Zijn kostjuffrouw, erg zindelijk, juffrouw van frisse gezetheid, glad van zeep-properheid, met glimmende haar-weilandjes, sneeuwslootjes daartussen en een bloedkoralen halsketting, vertelde toevallig dat ze een voorkamer met balkon leeg had staan. Ze had wel geen tweepersoonsbed, maar ze kon er voor zórgen en dan vond Karel het goed dat een ledi-kantje voor Kaatje in zijn kamer kwam te staan. Karel vertelde haar even ‘apart’ dat we niet getrouwd waren, loog haar voor - w at hij me later zei - dat het kind van óns was. Ze had niet de minste bezwaren. Alle geld was haar goed, zei ze. Ik huurde, betaalde tien gulden vooruit en we spraken af dat Georgine de volgende dag komen zou. Toen ze de deur uit was, maakte ik me boos op Karel. Waarom hij van het kind gelogen had ? Maar Dirk kwam oplopen, druk, rood van het trappenklimmen.

‘Wat een tref! Ik mot jullie juist allemaal hebbe! Guus is jarig - jullie komen vanavond, hè?’

Ik had er niet veel trek in. Georgine en ik waren in geen vier weken ergens geweest en nu weer dat geroezemoes, die lege pretmakerij. Maar hij hield aan. Of het aardig was ? - vriendschappelijk wou ie helemaal niet zeggen - om me zo terug te trekken nou ik met Georgine was. Ik dee net alsof ik ze vroeger nódig had. Al was je getrouwd, hoefde je je vrinden toch niet als oud vuil te laten leggen. En dan zei Karel ook dat ik met de dag vervelender werd. Wat dat voor een oudbakken plezier was om altijd samen te zijn, altijd met z’n tweeën! Als je dat een drie maanden dee, kreeg je genoeg van mekaar. Georgine wou ook wel weer es bekende gezichten zien. Goed dan.

Als het maar geen nachtwerk werd. Nee. Laat zouen ze het niet maken. Trees en Moos Scherpenzaal kwamen ook. De ouwe bekenden.

Hij gaat met ons mee, als ik Georgine naar de Albert Cuyp breng. Ze heeft wat te naaien, moet het kind te bed leggen. Om tien uur zal ik haar afhalen. Dirk stapt met zware passen, z’n bril verzettend met de sterke, grote handen, praat geen woord. Als ik naast hem loop voel ik altijd mijn hoofd gróót, mijn lichaam kléin. Ik weet niet hoe het komt.

‘Hoe gaat het met je aardappelenzaak ?’ zeg ik, om wat te zeggen. ‘Beroerd.’

‘Kopen ze niet?’

‘Ik heb me pas weer in me vingers gesnejen. Het is een bedonderd artikel!

171

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.