Levendig herinner ik mij een avond uit het begin van onze verhouding. Wij lagen te bed in de weldadige narust van genoten gemeenschap, als het lichaam zich krachtig, verjongd gevoelt en het hoofd het leven fris-weelderig aanziet. Er was lampeschemer in de kamer. Ik had haar vroeger wel meer willen vragen van het verleden: ze had het ontweken. Die avond kwamen de dingen vanzelf.
We hadden geruzied over malligheden. Ik wilde het goedmaken. Zij bleef koppen. Maar zachtjes gingen mijn armen om haar heen, zoende ik haar op het oor, wat ze niet hebben kon, wat haar deed gillen zo wéé als ze 5t vond.
‘Judas! Met je gezoen op me oor. Hé, het klinkt me nog door me hersens!... Nee toe, Alf doe het niet meer.5
‘Zul je dan zoet zijn, Mol... anders begin ik te bijten!5 Mol was haar bijnaam geworden.
‘Wat ben jij lastig in bed. Zo5n lastige...5 Ineens hield ze op.
‘Ga maar door.5 ‘Wat door?5
‘Watje verder wou zeggen.5 ‘Verder zegge - ik wou niks verder zegge.5 ‘Je wou wél verder zeggen.5 ‘Op me woord niet.5
‘Wou jij niet zeggen: zo5n lastige heb ik nog nooit ontmoet?5 - in bed, dacht ik erbij.
‘Hé, wat vies.5 ‘Hoe - vies ?5
‘Om zó iets te zegge. Over die dinge moest je niet spreke, als je een beetje kies was.5 ‘O-vin je dat?5 ‘Ja, natuurlijk.5
‘Wil je je wel eens gauw omdraaien, Mol ?5 ‘Nee.5
‘Draai je je om, ja of nee ?5 ‘Nee.5
‘Denk je dat ik je warme billen voor plezier in me schoot heb? Draai je je om, of ik knijp!5
‘Nee!... Hè Vat ben je geméén!... Wat ben jij ruw met een vrouw!... Me armen zitten vol blauwe vlekken... Netjes voor de artieste als ik gedecolleteerd ben!5
‘Reden om je in je billen te blijven knijpen!5
‘Nou, is het gedddn! Wat ben jij een sar... Wil ik jou es knijpe, als je het
154