Georgine springt op, luistert aan de deur. Dezelfde geluiden van straks, dan een vrouwenstem...
‘Is me dochter thuis ?5
‘Nou da’s me ook ongelegen,5 schrikt Georgine, ‘afijn het kan me niks schelen.5
Haar moeder is niet alleen. Ik word voorgesteld aan de vader ook. Moeder ziet er uit als een pienter burgervrouwtje, klein, gezet, wiegelend. Op het wippend neusje dribbelt een lorgnet, telkens op-vallen-af. De zwarte, bij de-pinken alles oplettende oogjes slapen bedrieglijk-stil achter de brilleglazen. Niks ontgaat er aan. Op het wollig, roezig haar schommelt een notedophoedje van zwarte kraaltjes en blauwe blommetjes. Mama Casper maakt zo de indruk van een niet kwaad, toch-wel-gesle-pen, zeer voorzichtigjes-berekenend vrouwtje. De man lijkt wel twintig jaar jonger, lang, schitterend zwart van haar en snor. De kleur van zijn gezicht is blauw, op het paarse af. Hij heeft donkerbruine, te grote ogen, ogen met zwarte flikkeringen, ogen die minuten star in één richting soezen. Nog voor ik één woord van hem gehoord heb, weet ik dat hij aan de drank is. Als zijn dochter hem voorstelt, neemt hij even zijn zwarte, verkleurde fantasiehoed af voor een paar seconden, gaat in een donkere hoek bij het raam zitten, de hoed op het hoofd, de pijp in de mond.
‘Waar sit jij toch tegenwoordig. We siene je helemaal niet meer.5 ‘Veel op reis geweest,5 zegt Georgine.
‘So.’
De zwarte slaperige oogjes kijken achter de brilleglazen van de tafel naar mij, van mij naar de tafel.
‘Da5s meneer Spier, de schrijver.5 ‘Oso.5
Ze kent me natuurlijk niet, maar de man neemt de pijp uit zijn mond en zegt, bijna bedrukt:
‘Zo. Ben u die. Ik heb een boek van u gelezen.5 ‘Van mij?5
‘Ja. Als u dat tenminste is. Hoe hiette het ook weer. Het was de geschiedenis van een jonge meid die de verkeerde weg opgaat... Ja, dat was het. De bassist had het te leen van de eerste violist.5 ‘O dit.., Is u musicus ?5 ‘Pistonist.5
Nog altijd wippen moeders pikzwarte oogjes van de tafel - van het bord met het onopgegeten stukje brood met kaas - naar mij.
‘Mamma, mag ik ook een stukkie kaas ?5 ‘Je mag niet vragen. Hier hebbie een hompie.5
147