Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Dag Sorsien. Dag meheir.’

Georgine is zo beleefd om niet voor te stellen, wat ik haar in het geheel niet kwalijk neem. Het moet wel onaangenaam zijn beleefdheidshalve in zulke sluipende, altijd wégge ogen te kijken. cIk dacht, ik sal maar es ankommen.’

‘Da’s net goed van u. Het geld leit klaar.5

‘Wel nee, Sorsien, ik kom niet om het geld... het geld kan wel wachte... ik ha-je in so’n tijd niet gesien... Waar hè-je toch gesete?... Me man seit, je mot es angaan.’

‘Hoe gaat het met Toosje?’- tegen mij: ‘Da’s nou de juffrouw bij wie me andere kind al twee jaar is.’

‘Toossie maakt het best... Nog altijd hoeste... Maar dat houe se lang van de kinkhoes... Kom je me niet es goeiendag segge, Ka... Kè-je me niet meer?... Wat wordt die meid groot!... Je sou d’r haast niet meer kenne.’ ‘Dag moeder,’ zegt Kaatje.

Georgine scharrelt in de kast, achter een hoededoos, komt met een mos-terdpotje, waarin ze klein geld, guldens en rijksdaalders heeft.

‘Krijgt u niet drie weken ?’

‘La’s kijke... Ja da’s vandaag drie weke, gerekend van saterdag op sater-dag...’

‘Da’s dan twaalf gulden, niet ? Of krijg u nóg wat van me ?’

‘Nog één vijfenzeventig. Maar je hoeft je d’r niks mee te haaste. Het loopt niet weg hoor...’

‘Van wat één vijfenzeventig? D’r stond toch niks meer?’

‘D’r laarsies ware zo kapot... Da-was een gulden van maakloon... en koussies most ze ook hebbe... Maar as je het niet gelegen komt, rekene we het wel een andere keer af...’

‘Of ie nou van de hond of van de kat gebeten wordt... Hoeveel is dat? Dat is tien... dat is elf, twaalf... Is er het zo niet ?’

‘Precies.’

De lange, magere, kraakbenige vingers met lange dunne blauwige nagels stoppen het geld in een versleten beursje.

‘So. Nou kenne wij ook weer onse huur betale... Waarom ben je in geen weken angekommen, Sorsien... We waren ongerust... Hè-je geen nieuws van je man ?’

‘Van me man, nee. Is d’r bij jullie geen brief gekommen ?’

‘Bij ons... Dan sou ik hem wel hebbe meegebracht... Wat een lamme kerel om je in geen drie weke wat te sende... 5t Is toch ongepermitteerd... Wanneer hettie je ’t laatst gesonde?’

‘Nou* da’s zeker drie weken geleden. Dat weet u toch wel. Ik heb u toch

137

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.