‘...Een mooie positie kan bekleden, die alleen maar wat zenuwachtig en overspannen is, zoudt willen sterken... U heeft zeker wat gebeurd is, op eenzijdige wijze horen verhalen... We hadden allen het beste met hem voor... Moet dit nu zo doorgaan ?5
cIk bemoei mij met niets, mijnheer. Als Moos meent goed te doen hier te werken, dan kan hij blijven.5
‘Moos méént... Moos méént... Moos hééft niks te menen... Zijn vader heeft alles voor hem gedaan... Zijn moeder... De familie Scherpenzaal heeft zich altijd behoorlijk gedragen... Ik verzeker u dat het voor de ouders een slag is...5
cEn wat wou jij nou hebben? Dat Spier met de deur uitzette? Is dat je goocheme toeleg? Denk je leep te doen met jouw rotte jodenstreekjes.5 ‘Jij moest in het bijzijn van meneer niet voor jood schelden. Ben jij soms geen jood ?5 zegt neef gepikeerd.
‘Om de bliksem niet!5
‘Nou hoort u meneer, hoe schrikkelijk zenuwachtig de jongen is.5 ‘Denk je dat ik me jood voel zoals jij ? Al is me vader honderd maal parnas, al was ik duizendmaal besnéden, dan ben ik het nog niet! Daar snap jij de ballen van! Ik verdom het! Ik wil geen jood zijn! Ik heb genoeg van jullie zwijnderij, van jullie geknoei! Jij bent een jood, jij jij jij... jij met je honderd pop om je eigen kind te versjaggeren! Dat wil hier de les lezen! Meneer heeft z5n kind voor geld verpatst! Denk je dat ik in jouw schaduw wil staan, smous! En als je nog ééns zo lief lacht gooi ik je wat in je smoel! Je hebt met geen gek te doen, hoor jij ?5
‘Nee, dat weet ik wel. Hou je toch kalm. Ben ik zo opgewonden ? Is mijnheer Spier zo opgewonden ? Je moet nog een boel leren voor je zo ben als mijnheer Spier. Is het niet onzinnig van hem, mijnheer, om te beweren dat hij geen jood is... Zeg u dat nu es as chris...5
‘Spier heeft niks te zeggen... Ik zeg je dat ik geen jood ben, geen jood wil wezen. In twéé woorden van de Bergrede staat meer, dan in heel jullie gekwijl! Maar jij ben te stom om te begrijpen - al ben je nog zo5n branie op de beurs - dat het uit is met de kerken, uit met de synagogen, uit met de hele oudroestwinkel van vormen en vormenleugens! Stik in je doodshemd! Jij liegt in jouw kerk zo hard als op je kantoor. Jodengod mot een stuip krijgen als ie jou op je duur betaalde kerkplaats ziet met je vader en me wijze tante Roosje! Smeerlappen! Jodentuig! Blijven jullie maar lurken aan je tradities! Het duurt zo lang niet meer, godzalige Tobias Salomon Kaan!5
‘Scherp wor een beetje kalm,5 vermaande ik op mijn lippen bijtend.
‘Hoor je dat mijnheer het óók zegt?5
119