114 ’N JODENSTREEK ?
van je vader word ’k niet. . . ’k Schrijf hem nog vandaag, dat jij, nóch ik dien doop willen, dat we d’r allebei tegen zijn, da-’k ’t beloofd heb, toen jouw leven op ’t spel stond, dat hij billijk moet zijn.... Alles, behalve dat! ’k Heb ’t geschreven in ’n halven waanzin .... ’k Wil geen vormendienst.... ’k wil ’t niet.... ’t kind zou dan even goed jood kunnen worden.... ’k wil geen vormen .. ..”
„Als je dat schrijft, zou ’k. . ..”
„Zwijg! . . . . Later zul je me gelijk geven, ’k Tree op voor ons beiden!"
„Je zult ’t niet doen!” .... Ze rees hal-verwegen op, rood van toorn.
„Dora, je kent me nog niet!”
„Nee, zoo iets ha-’k nooit van je gedacht!” „Van mij gedacht? Van mij .... ’t is de streek van je vader” ....
.... „’n Streek?” ....
... . ,,’n Ignobele!”
„Wat jij gaat doen, is erger .... vuiler”____