heen de vloer draait, draait, de vloer met z’n paarden en leeuwen en schuitjes en bakjes. Een draaimolen is een beul. Een beul voor mensen die centen ophalen. U weet, nuchtere, dat die doorgaans een kof bewonen - met die kof van de ene kermis naar de andere trekken, zelf de draaimolen opbouwen, zelf de ganse dag, de ganse avond, de ganse nacht tussen de draaiende paarden en leeuwen bewegen om de hete centen op te halen.
Warm eten doen ze niet.
Mééstal zelfs geen aardappel.
Ze draaien de dag, de avond, de nacht, slikken haastig wat brood, wat lauwe koffie - draaien, draaien.
5s Avonds zien ze er uit geelbleek, bestoven, vrééslijk bestoven, de haren verwaaid.
’s Nachts slapen ze in de molen, in 5t klein obscuur deel, waarvoor de orgelman staat te draaien, in 5t binnendeel dat bedekt is door afhangende tapijten en lappen.
Ze slapen op de keien - en om zich op de been te houden bij al die vermoeienis - bij dat gedraai, dat spektakel van het orgel, dat gegil en geschreeuw - zuipen ze ook wel jenever.
Werklijk, geheel-onthouders vinden hier 5n terrein voor brave woorden en strooibiljetten en bijbels.
Een draaimolen is een beul. Een beul voor het paard. Heel kleine draaimolens worden ook wel gedraaid door 5n man die duwt en hijgt — maar die verdwijnen.
Jammer voor het schilderachtige, ’t Dee zo pittoresk.
Nu trekt 5n paard. Misschien dat de marteling van zulk een dier meer ’t gevoel kwetst, dan de bezigheden van orgelman en centenophalers. Smaken verschillen. En dierenbeschermers zijn lang niet verwerplijk, de eedlen!
5n Paard in 5n draaimolen wordt zo verfijnd, zo beestig mishandeld, dat je er verlegen van afziet de kwelling te preciseren.
M’n lieve christen-hemel, waarom stellen ze in de Gevangenpoort in Den Haag het druppeltje, dat dagen lang tik,
169