ralen en knikklen.
De muur liep zó hoog, dat je geen hemel zag, enkel de groene, warrelende klimopsprieten, de zwart-groene blaadjes benee, de zilver-stuivende boven.
Tegen elven was de zon weg, werd 5t overal egaal grijzig-groen, groen bestoven door stadswalm, groen dat slaaprig bleef benglen op 5t windje.
De lippen mummelend tegen 5t gepraat in — 5t gepraat dat niet mócht, dat je tóch niet verbieden kon - begon-ie te tellen voor de maandbalans, met de pen de cijfers volgend, eerst van beneden naar boven, toen van boven naar beneden voor de controle en onderaan elke bladzij schreef-ie met potlood de getallen. Als 5t klopte ging 5t morgen in inkt. Hij telde langzaam. Soms hield-ie stijf de inktloze pen halfwege 5n kolom, boog dieper naar 5t papier, telde voort.
Malle Jans, die gedacht had, dat ze ’t kantoor groen hadden gemaakt - wat ze nou zeggen zou as-ie thuis kwam?
Trrr...
De electrische schel.
Of meneer De Haan op ’t privé-kantoor wou komen. Zacht-trillend liep-ie de gang door, wétend dat 5t niks was, dat de patroon en de procuratiehouder netzomin an één Augustus dachten as de collega’s, dat 5r geen sprake van kón wezen — maar toch - maar toch...
‘De Haan - kijk 5ns vlug na, of we bij Jansen 5n saldo hebben — maar vlug en sekuur - ze zijn mis...’
‘Is Jansen, mis - Jansen?5 zei 5t boekhoudertje verbaasd en 5t hoofd schuddend, helemaal in de belangen der zaak.
‘Ja - ja - kom zélf hier met 5t grootboek...’
Ijverig slofte hij terug — bleef voor de boekhouding-deur stilstaan, leeg van hoofd, inert tastend naar de deurknop.
Om twaalf uur liet-ie z5n boterhammen staan, de extra-
157