Feest
Op z5n bed had ze 5m *t cadeau gebracht, de gouden ketting in 5n keurig foudraal. En toen-ie, slaperig nog van 5n hele nacht nerveus gedoezel, met onthutste verwondering de schakels door z5n ouwe vingers liet glijen, kijkend alsof-ie 5t niet gelóófde, zei ze plezierig: ‘Ja, 5t is góüd - dacht je soms dat 5t?...5 Nou daar zou ze 5m effen van overtuigen. Met 5r dikke wijsvinger wees ze de merken, bracht z’n bril. Ja, nou zag-ie 5t ook.
‘Meid, ben je niet wijs,5 mopperde-die glimlacherig z’n hoofd schuddend: £is me dat ’n geld uitgeven — wat 5n pracht van 5n ketting...5
£En andoen vandaag,5 zei ze, z5n geklede jas met 5n schoon front klaarleggend.
‘De ketting ja,5 knikte-die: ‘maar me jas, nee hoor! Wat motten ze denken? Nee — Nee...5
Oud in de alkoof, érg oud met z5n bed-verward zilvergrijs, dat enkel aan slapen en nek nadonsde - als-ie uitging droeg-ie 5n pruikje - zat-ie de geklede jas te bestaren. Hoe ze daar an kwam? As niemand 5r op kantoor an gedacht had, zat-ie voor zot, zouen ze 5m allemaal malle vragen doen.
‘Hü!5 — lachte ze vals-luchtig: ‘5k wed mét je dat ze 5t kantoor hebben groen gemaakt. Maak je maar niet ongerust. En as ze je binnen roepen — en as ze wat aardigs bedacht hadden, dan kan je 5r niet bijstaan met inktvlekken en kale mouwen. Kom 5r nou maar uit...3
Vóór ging ze 5t tafeltje dekken. En haast grimmig, met denkgroeven om 5r mond en bitse bewegingen, zette ze de extraatjes neer, de feest-extraatjes. Want as niemand, god-beware, 5r wat an dee, dan zou zij 5r 5n feest van maken. Netjes gladde ze de óngewone plakjes rookvlees, ijverig bewreef ze de kaasstolp met 5t halve pondje Leidse — voorzichtig liet ze de twee eitjes in 5t theewater zakken. Elk 5n
*5*