204
van den hemel — waarin het brokje aarde ook! — den laatsten dag gerust — zooals op Uwe taaflen staat geschreven —, maar kostte Hém dat scheppen pijn, zooals het Baren aan mijn moeder? Mijn moeder is gestorven, Mozes, en weenen kan ik niet! Toch zou ik kunnen weenen, als mijne oogen niet zoo moe en droog, omdat Uw liefderijke God van dienstknecht en van dienstmaagd spreekt. Is er dan onderscheid, O Mozes, tusschen uw zoon en uwen knecht? Waarom dat jammerlijke slaafsche knecht in de geboden?.... Waarom wordt vee nog vóór den vreemdeling genoemd ? Staat der Hebreeën vee dan bóven onzen vreemden gast %.....
— Semmie, Semmie, mijn kind, zijt ge verblind voor ’t grootsche vertroosten der Heil’ge, Veil’ge Geboden van Gode, den Heer!.....
Eer uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden op het aardrijk, dat de Eeuwige, uw God, u geeft — Gij zult niet moorden. — Gij zult niet echtbreken. — Gij zult niet stelen. — Gij zult tegen uwen naasten niet verklaren als een valsch getuige. —■ Gij zult niet begeeren uw s naasten huis.