Diamantstad

Titel
Diamantstad

Jaar
1922

Overig
3ed

Pagina's
268



Loopend in één aandrift door, soms onnoozelig als in wordenden waanzin de versteening van z’n voorhoofd betastend, luid-puffend blazend door de dorheid der lippentuit om ’t drukkende, beklemmende, stroef-nijpende weg te zuchten, kwam-ie dichter bij ’t bebouwd deel van ’t park. Van de kou voelde-die niets. Z’n oogen, gloeiend van ronding bezwaarden de vochtige, kil-natte kassen, z'n nek, in verstijving, mat-tin tiend, zwol als ’n masker naar den hoed. Stil-staand, verwezen-gebarend, drukte, bewreef z’n hand de huid en de haartjes, scheurde z'n mond in pijnlijk geadem. Dan, verder stromplend, z’n voetstappen verliezend in de zuigende leegte, de steunlooze verwijding rondom, gliste ’n hak over een modderplas, stortte-die tegen den harden, bevroren grond, die ’n snauwende grom vloekte. Even bleef-ie liggen. Even lei-ie stil. Toen, zich kermachtig opduwend in zittende houding, bekneep-ie de knie, veegde-die ’t bloed van z’n voorhoofd, langzaam, moeilijk alsof-ie bezweet was. De luwe warmte bij de knieschijf, waar de stuk-gestooten broek week-vochtig werd, bevingerend, smarte-lijk-krimpend van pijn, stuipte-die los in gesnik, ineens wétend waarom-ie hier lag. Luid-uit jammerend, bang dat ze ’m zouen hooren, bang voor ’t geloer der roode venster-oogfen achter de boomen, liet-ie zich terugglijden zooals-ie gevallen was, smoorde-die z’n kokend-huilenden kop in ’t geplooi van den arm. ’t Goed van de jas in de geopende knersing van z’n tanden door-bijtend, dempte-die z’n gebrul, z’n verstikkend geweeklaag, lei-ie de snijdende klopping van z’n knie als ’n ophitsende verluchting te besnikken, de wond-wreeding die ’m ’n weldaad was, die ’m warmde. De verkilling van z’n hersenen, de stolling van z’n denken, verzonken in ’t heet-vlammend gekrop, dat z’n rauw-kreunende borst naar de striemende halsaders perste, ’r Gezichtje, ’r vermoeid-bleek gezichtje, zooals-ie ?t ’t laatste had gezien bij de lamp, ’r gezichtje met de trekjes van afmatting door den heelen nacht waken, ’r gezichtje met de paars-zwarte oogen, ’t los-wirlend haar, bewoog op de schok-king van z’n folterend steunen. En ’r woorden her-







247

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.