Diamantstad

Titel
Diamantstad

Jaar
1922

Overig
3ed

Pagina's
268



den rand van den hoed hardkantig aandreef, bestaarde-die zinneloos, bot van bedwelming 't vastgevroren grint dat met grauwige glansjes in ’t licht van den maansikkel zwom. De wind, fel opgestoken, joeg z’n loeiing door de lanen, wolkte het stuifsel der ijsvijvers in bol gedwarrel, berukte de zwiepende, klagende takken der wijkende boomen. Van uit de achterzij-vensters van ’n straat, schemerig-streepend het zwart van de boomstammen langs, roodde een schijn van kamertjes-lampen, gebrokkeld door ’t massieve norschen der rompen van ’t park. Onrustig schuivend in ’t zwellen en builen van blazende wolkjes, bleekte de zilverlijnige maansikkel, rumoerig beslagen door ?t schuimend geklots van pluizen en takken. Er was eene doffe, zwaar-tredende stilte van wind en takken-verzet, van geruchten en roepingen die tot den nacht en de verlatenheid schenen te behooren.

Z’n stroef-verlept hoofd in de voelloosheid der handen leggend, den warmen neus-adem terugsnuivend, wist-ie alleen dat-ie wanhopig-moe, afgestompt van herinnering was. Pijnlijk-kreunend trok-ie de beenen op de bank en ’t hoofd, af-zakkend, zocht 'n steun bij de kou van het hout. De wind snee in de lauwte van z’n broekspijpen, joeg onder 't vest — de hoed, schuingeplet rukte met de waaiingen mee.

?n Hand beklopte z’n schouder, ’n grove stem sprak : „... Hei daar! De banke benne d’r niet om te beslape !* Niet begrijpend keek-ie op. ’r Stonden twee agenten. „Hee-je niet verstaan? Of ben je bezopen?"

De hand schudde dat z’n schouderblad zeer dee.

Toen rees-ie op, suffig wat antwoordend, nagekeken door de parkwachters of ze ?m niet mosten inrekenen.

’n Heel eind stapte-die voort, recht van gang, zeker van pas. Het grint kraakte, bevroren blaren knapten. Over den vijver, eenzaam, kervend van zwarte tegen ’t wit gewaas van ’t ijs, glee 7n schaatsenrijder, onhoorbaar, schimmig, tot-ie met knarsende schrapzetting stil hield. En ’n hond, in een van de tuinen, blafte jenkerig-driftig, eindeloos van aanslag, snel keffend en weer in galmhuiling het nachtzwart bekrassend.







246

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.