Diamantstad

Titel
Diamantstad

Jaar
1922

Overig
3ed

Pagina's
268



dikke jas. As *t móst zou-ie 'm staan. Hij kéék. Hij liet zich geen loer draaien. Druif verwrikte niet. Ontstemd en norsch keek-ie naar de punt van z’n laars, waaruit pettig ’n lipje boorde, 'n Stilte van felle vijandigheid groeide van hoofd tot hoofd. Boven stompte ’t gescharrel van de kindren van Suikerpeer, die knikkers schenen te rollen. Toen gebeurde ’n eenvoudig ding, dat Eleazar deed verbleeken, dat zoo vinnig in z’n hersens snee, toch zoo simpel was, dat ’t ’m in elk bewegen, in elke spanning, in elke geluiding bij bleef. ^De blinde* smakte ’r dorre handen op de leuning van den stoel, duwde zich op, stiet ’r stoof weg en schuw-plechtig van tast, den arm in wijzing vooruit, ’t hoofd met de zilver-gruisjes onder den bandeau geheel in de licht-bleeking van ’t venster, de lippen in trillende proeving, ging ze op de deur toe. ’r Hand, plotsling in beving gegrepen, klapperde even tegen den kruk, alsof 'r iemand achter stond die aarzelde binnen te treden. Toe-tastend dan, wijd-opende ze de deur. De binnenplaats-kou, de kelder-kilheid der muren, zoog om de voeten. En sidderend de hand heffend, klimmend langs ’t verveloos grauw van den deurpost met ’r oude spinnepoot-vingers, bleef ze ’m schrikoogig aankijken, tot ze de plek waar de mezoesos gehecht was geweest, had bereikt. Nog voor ’r hand de spijker-groefjes belei, voor ze dreigend inzwartte tegen ’t grijs cement van den overzij-muur, begréép-ie. In ’n snijdende geheugen-flitsing, zag-ie zichzelf in den avondschemer staan, dien eersten nacht thuis uit Amerika, mét Saartje op den arm — hoe z’n vingers dezelfde plek beplukten — hoe ’t wetsróllen-hulsje gekringeld had in 't water bij ’t kreng van den hond. Geen oogenblik had-ie ’r meer aan gedacht. In ’n verhit gevoels-opwellinkje was ’t gebeurd. Nou, door ’r angstigen ernst, door ’r tragisch hande-gezoek, alsof ze iets dierbaars miste, hem van ’n grove schennis beschuldigde* hóórde-ie Saartje’s geheimzinnig gepraat, met 't angstig »0, oomè!* —, zag-ie de stinkende, groen-wazige gracht.

In den deurpost, ’t licht dempend, met 'n stem die







4'

216

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.