Diamantstad

Titel
Diamantstad

Jaar
1922

Overig
3ed

Pagina's
268



overal, om belangen, leden van ’n zélfde familie en die kregen dan ’n nieuw geslacht van blinden, imbecielen, ontaarden. Ze hadden dat nooit geweten, nooit kunnen weten, gezwiept als ze werden door fanatieke rabijnen, die zegenden als ’n merkwaardig volk hulpeloos stierf en schimpend de enkelingen vloekten, die zich met anderen mengden, ’t Smeerlappig leven van joden-jongens, met christen hoeren natuurlijk, voor ’t huwelijk was bijzaak — ’t trouwen van ’n jood met ’n christin, van ’n christen met ’n jodin, wat meestal ’n gezond ras gaf, was het tornen aan heilige wetten. Telkens als Eleazar zichzelf ten voeten uit in 'n vitrine-spiegel zag, z’n zwaar bovenlijf, z’n korte beenen, z’n groot hoofd, telkens als-ie op Zaterdag de volte der Kalverstraat bekeek, de misvormde gelaten, de povere lichamen, wrokte-die om de misdaden van ’n kansel gepreekt, om ’n monsterachtige traditie die eiken dag slachtoffers nam. Hoe hadden ze als kinderen niet gelachen om Abram-de-kippenslachter, die ’s avonds en ’s nachts niet zien kon — overdag wel. Overdag liep Abram als ’n hoentje, vlug en piender — tegen schemer, struikelde-die over stoepranden, dee-die om den haverklap smakken en vallen. Abram zuipt, zeien de christenen. Abram heit ’n wonder-van-’n-gebrek an zijn oogen, zeien de joden. Abram was naar ’t gasthuis geweest, om zich te laten genezen — ze hadden 'm daar onderzocht, 'm niet geholpen. Zoo als de avond inviel werd Abram-de-kippenslachter blind — zoo as ’t dag werd, keek-ie weer. Op 'n morgen hadden ze ’m uit ’n gracht opgehaald met ’n korf kippen, die óók verdronken waren. Eleazar was juist, om ’n beginnende loodvergiftiging, bij den dokter in behandeling — toen de schouwing gedaan was — nooit had-ie de glimlachende woorden van den dokter vergeten: „dat komt door Unzucht, Eli, as neefies en nichies en achterneefies met achternichies trouwe” — Voor ’t eerst van z’n leven, had-ie toen 'n begrafenis meegemaakt, uit jongens-nieuwsgierigheid, en ’t verwrongen, blauw-paars gelaat van Abram-de-kippenslachter, dat-ie zag toen de hoofdzak in de kist werd geduwd, stond ’m nog bij in z’n gansche













201

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.