Diamantstad

Titel
Diamantstad

Jaar
1922

Overig
3ed

Pagina's
268



Van het grimmig luchtpantser naar de zwarte, stevige, harige koppen, plooiden, bewogen, spiraalden, verschoten-weer zacht-witte lijntjes van sneeuw. Het was geen wild dwarrlen noch jagen van vlokken — kinderangstig, spelend, soms schijnbaar stijgend-terug, waaitrilden de stuitjes en pluisjes, even-glanzend in een bruinen volbaard, luw-prikkend stervend op de warmte van ’n huid, droomrig-meetrillend op het knippend beweeg van een wimper. Eleazar wachtte ontroerd tot ze zwegen, hernam toen met kalmer gebaar, straf-kijkend in het warren der zwarte takken:... „We zullen lééren te willen, kameraden, leeren te volharden, leeren éénsgezind te blijven. Waarom wonen onze ouders, broers, zusters in krotten waar geen zon schijnt, waar geen plant kan leven? Waarom sterven we zonder licht, lucht, vreugde? Waarom zien onze kinderen ’r ziekelijk uit, worden ze geboren misvormd en mismaakt? Waarom groeien we van onze jeugd tot in Jt graf — in ellenden, ontbering, wanhoop, leed? Waarom staan we hier in de sneeuw te bédelen met schuwe gezichten en benepen harten om ’n verhooging van lóón? Waarom big ven we vervolgden, verschopten, gevloekten, wij die alles voortbrengen, bewerken ? — Kameraden, we zijn gedoemd zoolang we verdeeld zijn, zóodra we verdeeld raken! — We. geven niet toe — Verliezen we ’n éérste staking, dan beginnen we in jaren geen tweede — we móéten! We moeten vooruit, vooruit, vooruit! We willen ons deel van den strijd, dien onze makkers over de hééle wereld met vreugde en opgewektheid strijden — we moeten ons deel van die taak begrijpen, 'r voor vechten, ’r voor aanhouden al striemt ’t bloed van ons lichaam. Wat we vandaag vragen, èischen — is waarachtig geen vraag-van-beteekenis, geen eisch die *n eind maakt aan den jammer, ’t onrecht, de verdrukking. Dat weten en voelen we. Maar élke stap is er een, elk voorposten-gevecht telt mee, elke kleine overwinning leert voor de toekomst. Kameraden — denk een voor een an je eigen thuis — an ’t thuis, ’t verdriet, de armoe, ’t ongeluk van je buurman — denk an je eigen weerloosheid —

166

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.