te zullen stikken, hijgde hij bevend, persten z’n nagels in ’t hout. De hoeden, de gele koppen, de grijze takken, het hekwerk, de keien schimden door z’n bloedleeg hoofd. Schor-droog ademend zei hij: „Kameraden.../ stokte, pogend te slikken. Er ging een angstkramp in z’n hersenen, het zweet bebeet spichtig z’n slapen. Starend, zonder geheugen, de versteende handen om de balustrade, de versteende voeten in de wijderlijkende schoenen, doorgierde hem de razende, rauw-krijschende angst dat-ie gèk werd. De tram ree door de bocht, nevelde dwazig voorbij. Hij hoorde de bel, de bel van geel* koper, de peer vormige gele bel met het zwabberend leer. Tegen een boom, den poot hoog-opgetrokken, pieste een groote roodharige hond. Dien zag-ie — hij zag ’t ruige lijf, den gewipten poot, den staart, de witte ademhijgingen... Hg zag de pies in de modder-aarde spetteren. Hij zag — en een opgutsende, knarsend-gillende wanhoop bonsde in zijn leege hersenkas — dat-ie gèk werd — dat z’m gek zouen zién worden — dat ze allemaal wezenloos mee zouen kijken naar den piesenden hond, die zoo oneindig redeloos-lang pieste... Maar de stakers die ’m wit en onbeweeglijk-zwijgend zagen staan, meenden dat-ie wachtte op stilte. Er was een napratend gemompel en voeten beknarsten de bevroren modder.
Juda, ongeduldig, ook met ’n wrok om ?t laffe ge-weifel nou Dekker ’r niet was, schreeuwde kwaadaardig, stem die domp knoerste: „ Smoel houen! — Hou dan je bekken!...” en een magere, beenige jood achter de tent, meenend dat Eleazar al sprak, riep nijdig; „ Haaaarder!... *
Het zwiepte 'm wakker. „Kameraden,” zei hij nog eens. De woorden stamelden z’n mond uit, kurkachtig-droog, z’n lippen trilden, z’n tong bewoog moeilijk, kromp stug naar de keel. Nou wist-ie dat-ie sprak, maar de zin was ’m vreemd. Alles knapte door z’n hersenen — toch * praatte hij, verward, snel, onsamenhangend — dingen brauwend die hij niet had willen zeggen, phrases beginnend die hg niet te eindigen wist — zoekend naar 'n slot dat verglipte, kreeglig-verwriemeld in den veel-dradigen angst dat-ie zou blijven steken. Zelfs hoorde
163