Diamantstad

Titel
Diamantstad

Jaar
1922

Overig
3ed

Pagina's
268



sprak niet meer, leunde achteruit. Terwijl de stemmen vinnig keften en sehorden, voelde hij wee-knagende steken. Z’n borst was nog niet in orde. Iedermaal dat-ie slikte, hapte-die angstig, God, wat stonk ’t hier weer — wat hadden z’n longen ’n moeite, ’n moeite.

De kelderdeur stond vol-open. Bij de kist met bloedrige slagersbeendren, was Jacob bezig zich uit te kleeden. Eleazar zag ’m stappen op ?t matras naast Gompel, het slapende jogje. En door 'n nevel van moeheid, aan-waasden de kamer, de bedsteden, de kinderen op den grond, de stukkende lamp, de tafel met het kienspel, de cursausche amandelschillen, de kelder met de muf-fende, stinkende kisten en manden. Zoo hij nu zat, uitgeput, loom, met natte, ijskoude voeten, geleek hem de grijze, vertrapte wereld waarin hij zich bewoog, waarin ze allen gedoemd waren hun leven te kniezen, hopeloos, wereld van alleen grauwen jammer. Het was om schreiend, met enkel knetterende razernij in te zakken, het hoofd te bonzen tegen den stank-uithatenden grond en God en de wereld zoo heet te vervloeken, als je krankzinnigst oogenblik ?t nauwlijks zou kunnen. Je zou willen spuwen op alles, op de leugens van goed en kwaad, op ’t geteem van je eigen hersens, die wikten, bedachten, aarzelden — je zou willen buldren je onmacht, gillen je smart om die nuchter-gèwöne dingen, om tante Reggie, den schoenmaker, Suikerpeer, den poolschen jood, den man op ’t bordes van Golconda, om de duizenden, honderdduizenden genekten, jammerlingen, stumpers — om den kelder en de kamer, den stank, de altijd brandende lamp — de tien kindren, den man, de vrouw, de grootmoeder, allen neergekwakt, verdierlijkt, verstompt. Even lachte-die mal in ’t geroes van de kijvende joden. Dertien menschen in één hol, in ’n uitgegraven aardgat waar alles je tegenkotste. Zouen de komende tijden niet rood zien, met koortsige spetten in de oogen, als ze bedachten hoe *t gewéést was?

Van ’n balk viel ’n drup op ’n kaart. Lusteloos suften zijn oogen naar Soortje. Zij zat bg de opene bedstee te

139

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.