Diamantstad

Titel
Diamantstad

Jaar
1922

Overig
3ed

Pagina's
268



donkere, vale, verstikkende huizen ? Toen ook waren ze ziek de kindjes, bleek, huisduf, alsof de lichaampjes zich zochten te eenzelvigen met de grauwe, neerdrukkende omgeving. Hij herinnerde zich ’n meisje zonder haar met enkel uitslag — en ’n jongetje — zou ’t nog léven? — dat-ie altijd zat te bedroomen, omdat ’t zoo vies was, met loopende, groen-ettrende oortjes en ’n gebitloos mondje. Er waren er toen veel met ontstoken oogen. Toen kwam nog geen dokter. Toen ging de oogziekte van kind op kind, was het ’n wonder geweest dat-ie gezond was gebleven — behalve de borst. Maar al het andere was er nog — het meebrengen van droog brood in ’n gescheurd, vuil zakje — het drinken van water uit blikken kroezen — het slapen in ’n bedje als je op de bank in slaap was gezakt — het joodsch leeren — het joodsch — de geboden — de tien ééuwige geboden — het zitten als natgeregende parkietjes — de handjes boven tafel — bóven — bóven tafel — Nu herinnerde hij zich dat ook, hoe ’r jongetjes waren die al zóó vroeg, met de handen het geslachtslidje ónder de tafel bewreven als de juffrouw ’t niet zien kon, dan zacht-wieglend met vreemdlijk starende oogen stonden in bevende schomm-ling. Er had zulk ’n jogje vlak voor ’m gezeten. Telkens zag-ie ’t schokkend rugje, ’t getril, ’t zonderling buigen van ’t lichaam naar de bank, de heete, wijde verrukking in de oogen als ’t kind omkeek, het bleek-jukkig gezichtje. Dat leerden ze van mekaar. Voor die jogjes scheen ’t de eenige vreugde in het zwart gehoop van steenen, binten, pannen, dat ze Jodenbuurt noemden. O, ’r waren méér herinneringen. Blinde Levi. Héette-die niet Levi? Hoe die geplaagd werd. Bij z’n geboorte waren z’n oogen al aangetast, zooals zooveel oogen aangetast werden door 't druipervocht van ’n moeder door 'r man aangestoken. Het kwam daaglijks voor. — En rooie Mozes, die geboren was met ’n horrelvoet of ’n heupziekte — En — En — — Toen was ’t zoo als nu. De riolen, waarin menschen leefden, de vergane krotten die geld opbrachten, het heele luidloos-rottend ellende-monument der hoofdstad, leverde jéügd, kindren gedoemd te blijven — weeklijks



119

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.