Diamantstad

Titel
Diamantstad

Jaar
1922

Overig
3ed

Pagina's
268



uitgebeten appel, de pitten recht voor zich spuwend. Poddy ging meestal zelf. Vandaag was-ie blijve legge. D’r ware gate in z’n heup gekomme en ’t been, ’t ééne, voelde stijf as ’n paal. Z’n ondergoed had al wéke vol bloed gezete, zonder dat-ie geklaagd had. Hij had de zwere gepapt met korste ouwbakken roggebrood, maar ze werde grooter en nou brakke ze uit op z’n heup. Je wer dood-misselijk as je ’t zag, zooveul rauw vleesch, zooveul viezigheid. Bijtend in den sinaasappel, uitscheurend het dradig safraangeel, vertelde ze verlegen-lachend, mallig, ongewoon met ’n haast vréémde in daglicht te loopen. Schuw keek ze ’ns op naar z’n gezicht, kauwde schil, spoog die uit in fijne, geel-ronde kwakjes, zweeg verder tot ze bij school kwamen. De deur stond aan. In de voorhal was niemand.

„We kennen best wachten,* zei hij. Zij volgde zachjes lachend, alsof ze iets dee wat niet mocht. Buiten tikkel-spette de regen. Hij, de koude handen wrijvend, en geeuwend, leunde tegen 'n zuil, beluistrend het zwak gezoem dat boven en op zij, van wand naar wand gonsde, overal echoën scheen te vinden, overal kwinkjes sloeg van ver-weg kindergeluid. Zij, over hem, keek naar den grond, spelend met ’r éénen schoenveter, die slijknat over ’t hout slierde en slappe vocht-figuurtjes trok. In den halfschemer zag-ie ’t sterkst haar ooggitten, de zwarte, kluwige wenkbrauwlijn, den lach van onwezenlijkheid. Als ze opkeek, keek ze ’m dwazerig aan, als ze néerkeek had de heele uitdrukking van ’t gezichtje ’n doen alsof ze wist dat ze bekeken werd, ’t wel gek vond, wel gek, erreg-mal en plezierig. Zulk een schuilen en aanschieten van lach én het glimlachend dwalen der oogen onder de broeiing der brauwen was als ’n opwekking, deed z’n oogen begeerend ontleden, de vormen van ’r beenen in ’t deukend, slapplooiiend blokjesgoed zoeken. De scheemring gaf ’r een bekoring, zoo als dingen in nacht doen, boomen in nacht, huizen in nacht. Ze was hier niet ’t van den rotten sinaasappel vretende, verwaarloosd-mooi jodinnetje noch ’t verlegen kamer-



8    113

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.