„Ben jij soms jaloersch?”, vroeg Frans, donker kijkend.
„7t Hoort niet, zeg ik! ... .”
„Je hebt 9r in geen geval mee te maken . .. ?k vraag ’t an tante, niet an jou.”
Tante Adrienne was bij dien kleinen woordenstrijd van kleur verschoten. Pas had ze met Florent vrede gesloten.
.... „Nonsens,” zei ze .... „Waarom zou eigenlijk ’n neef niet met z’n nicht uitgaan.... Jullie bent allebei oud en wijs genoeg.”
„Goed, ’k zal d’r om acht uur komen halen ... Hoe laat thuis, zeg?”
„Voor twaalf, Frans.”
Florent schudde 9t groote hoofd, floot onverschillig ’n straatdeuntje.
Frans ging vroolijk heen.
„Je hebt 9t verlejen Zondag niet willen hebben,” gromde Florent, toen hij met Adrienne alleen was.
Ze zweeg.
Den volgenden morgen — Zondag — kwam ’n lange brief uit Rochefort, geschreven door pastoor Barnier. Ieder maakte ’t wel, alleen had Minette een poot gebroken. Zijn nieuwe voerman had de kar te zwaar geladen. Er kwamen veel vreemdelingen. Fontan was naar Brussel vertrokken, zonder iemand goejendag te zeggen. Romaine dicteerde hem den brief.... Of Trinette goed haar kousen stopte? .... Of
ze lekker at bij Greiner? .... Of ze veel aan haar dacht?----
Ze bad iederen avond.... had de eerste dagen veel gehuild.... Of ze overkwam als ze geld opgespaard had ? Ze verlangde zoo naar haar....
Trinette zoende den brief, stak hem in haar corset. Die goeie, brave, Romaine! ....
De dag kroop om. Jules lag nog te bed, geheel beter, erg lastig; knorrig dat hij niet op mocht staan. Mad. Greiner was bits, Cristine bromde onverstaanbare hatelijkheden.
Tegen zes uur kwam bezoek. In de gang ontmoette