88
„Morgen pak je je boeltje.... sale type.... kun je gaan bij Marie van Steinis .... Ga naar je kamer of ’k roep Manson!....”
Nu begon Florent zich op te winden. Morgen ging-ie heen. Hij had genoeg van d’r.... Nooit had ie om d’r gemaaid .... an eiken vinger tien zooals zij en driftig vloekend verdween hij in z’n kamer.
Tante Adri’s oogen fonkelden. Ze had haar nicht kunnen verscheuren. Toch zei ze geen woord, ging heen, ’n stilzwijgen dat ’n storm voorspelde. Trinette schoof den grendel weer voor de deur.
In de andere kamer begon Florent te ronken.
XII.
’s Morgens zes uur werd Trinette wakker. Ze meende stemmen te hooren, sprong uit ’t bed, luisterde aan den wand. Tante en Florent spraken fluisterend. Ze kon geen woord verstaan. ’t Onderhoud duurde kort, toen werd de deur zacht geopend, sleepte ’n sluiptred over de trappen.
Ze vond ’t vreemd.
Beneden aan de ontbijttafel kwam Florent ook. Hij en tante deden alsof er den vorigen avond niets gebeurd was. De vrede scheen gesloten. Tante lachte, opgeruimd, plaagde Trinette met Frans.
De scène van den verloopen nacht leek wel ’n droom.
Jules was ongesteld, lag koortsachtig te woelen in ’t kleine bedje, dat in mevrouws slaapkamer stond. Trinette moest dadelijk den dokter waarschuwen, ’t Bleek ’n lichte verkoudheid. Bij ’t ledikantje bleef ze den heelen dag zitten, gemakkelijk in ’n easychair. Nu en dan zong ze....
„M’n lief heeft goudhaar,
„Goud van de zon, Jo! Jo!
Jo! Jo!....”
’t Kind sluimerde dan in en ze sloot zelf de oogen, droomend