77
Ze ratelde door in eén extase.
Hij keek haar lang na, toen ze heenging. De doofstommen stoeiden op den weg, die in ’t zonlicht baadde. Donker getint met oneffen golvingen kronkelden breede wagensporen. Voetpaden bemost, met heele grasplekken, lagen als bruine voegen van weerszij. Donker geel zand, half klei, vulde de middenruimte, ’n Dikke, groene haag kromde zich rechts links lagen korenvelden, stonden regelmatige hooischelven, korenbossen,
Kleiner de vorm van ’t meisje en van den knaap, dien ze meetrok.
Nog kleiner.
Alleen ’t rosachtige haar met de wapperende gele linten, nog zichtbaar achter de kromming van de groene haag.
Met vochtige oogen volgde hij haar zoo ver hij kon ....
Vréémd was dat geel.... ’t huppelde in wuivingen om de glanzing van ’t hoofd.
Nu was ’t heel verdwenen, bleef hij zitten ’t hoofd in de handen, ’n zwarte gestalte op den landweg.
XI.
Voorop Trinette met Janneke, achteraan Mad. Manson, Mad. Colbert en Florent. De logge boerenknecht sleepte an iederen arm een vrouw. Midden in de Rue de la Loi begon Mad. Colbert al te klagen. Men moest ’t haar niet kwalijk nemen .... in haar positie .... ’t loopen viel haar zoo moeilijk. Ze wou de tram nemen op den Boulevard de Waterloo.
Men vond dat best.
Trinette had ?n kleur van opgewondenheid. Ze zag er zoo lief uit, dat ’n paar heeren in den tramwagen elkaar aanstieten.
„ . .. . Regarde la jolie fille .. .. ”
Ze hoorde die woorden. Florent zat naast haar, duwde telkens geniepig zijn knie tegen de hare. Achter de ruiten van ’t voertuig, vlogen de huizen van den boulevard voorbij.