154
„... Mag ’t, Cabri?” .. .
Hij vloekt. Margo is ook niet gekomen. Dat gaat zoo niet!... Hij moet van de verteringen bestaan .... Canailles,
’t vrouwvolk! Nee, hij wil ’t niet! Zoo, gaat ze toch? . ..
Als ze maar op ’n malsche boete rekent....
Ze laat 5m grommen.
. .. „Bougre!” ...
Victorine is iets minder afgemat. Ze lacht zelfs, als ze Trinette ziet.
„Krijg je nou boete?” ....
„Nee, ’k mag....”
„Blijf je hier?” . ..
„Ja . .. den heelen avond. *
„Dank je. ...”
Ze sluimert in, heel even.
„ .. .. Trini *
„Hier ben ’k . ...w
„Wat ben je goed.... dat je hier blijft! .. . DY was ’n angst in me .... angst. .. om dood te gaan . . . alleen .... héélemaal alleen ....”
„Praat niet zoo dwaas .... Je gaat niet dood!” Weer sluit de zieke de oogen, rustig. Ze voelt zich prettig, uitgeslapen, alleen wat vreemd-zwak, toch heel helder. Ze wentelt zich op een der elbogen, ’n lach op ’t witte gezicht, vleugje van gekke herinnering. De borst reutelt. Ze hoest even, laat dan 9n kort verhaal van de bloedelooze lippen glippen, soms met ’n bitter accentje, kinderachtig-lachend, soms benauwd kuchend.
.... Ce bel Alfred!.... La was dom geweest.... Enfin hij was dronken .... Ze had ’m nog zoo gesoebat! . . .. Haar laarsjes had-ie naast zijn schoenen voor de deur gesmeten .... om te laten poetsen ... * door de meid met de hallucinaties . .. Verbeel je! . . . . Om vier uur had ze hooren loopen. De vrouw van Alfred.... Cette belle Eve .... met d’r grooten neus, was in de gang blijven staan. Ze had de laarsjes opgenomen .... weer 9n met bons op den vloer neer